Minister-president Mark Rutte (VVD) heeft vanochtend aangekondigd zich niet opnieuw verkiesbaar te stellen als VVD-partijleider. Rutte zegt aan te willen blijven als demissionair minister-president tot er een nieuw kabinet is geformeerd na de komende verkiezingen. De motie van wantrouwen die de oppositie had aangekondigd tegen de premier is ingetrokken.
Tijdens het debat over de ‘ontstane politieke situatie’, welke om 11:34 is begonnen, heeft de minister-president in een verklaring vooraf zijn vertrek aangekondigd. Hij wenst aan te blijven tot er een nieuw kabinet aantreedt na de verkiezingen die later dit jaar plaats zullen vinden.
De volledige verklaring van minister-president Rutte:
Maar zijn aangekondigde vertrek kon worden versneld als de motie van wantrouwen, die tegen hem was aangekondigd, zou zijn aangenomen. Maar toch moeten we er even over nadenken of het aannemen van deze motie wel de juiste keuze zou zijn geweest. Als de motie van wantrouwen het zou halen zal de eerste viceminister-president doorschuiven naar het Torentje en dat is Sigrid Kaag (D66). Wanneer we kiezen tussen deze twee kwaden moeten we zeker wel opmerken dat we geen enkel beeld hebben hoe een premier Kaag zou regeren, maar we weten heel goed hoe Mark Rutte handelt. De oppositie heeft aangekondigd dat ze de motie van wantrouwen intrekken na de aankondiging van Rutte.
Het premierschap van Mark Rutte is getekend door gebroken beloftes, leugens, falen en geheugenverlies. Het toeslagenschandaal, de aardbevingen in Groningen en de asielcrisis zijn maar een paar voorbeelden van de puinhopen van 13 jaar Rutte. Tijdens alle kabinetten-Rutte is Nederland systematisch afgebroken. Het is nog maar de vraag of de gemaakte schade te herstellen is en we moeten nog maar zien of de aankomende verkiezingen, die volgens de Kiesraad op zijn vroegst in november kunnen worden gehouden, ook maar iets gaan veranderen aan de status quo.
De val van het kabinet-Rutte IV heeft zijn vertrek zonder twijfel versneld, maar de dreiging met de motie van wantrouwen kan de druppel zijn geweest. Het goede nieuws is dat de verkiezingen nu ergens over kunnen gaan, over ideeën. Die wens heeft Lilian Marijnissen (SP) ook uitgesproken tijdens het debat. Een ideeënstrijd in plaats van een egostrijd.
We houden u op de hoogte over alle grote ontwikkelingen.
Lees hier het artikel over de val van kabinet-Rutte IV:
Vanavond werd duidelijk dat het kabinet-Rutte IV, dat sinds januari vorig jaar aan de macht is, niet meer samen kon werken. De samenwerking stopt vanwege de asielplannen die minister-president Mark Rutte in stemming wil brengen in de ministerraad. Maar wat gaat er nu gebeuren en hoe snel kunnen er verkiezingen komen? En zijn die verkiezingen staatsrechtelijk noodzakelijk?
Minister-president Mark Rutte en zijn VVD hadden een deadline gesteld voor het kabinet om uiterlijk vandaag een asielplan te hebben. Volgens fractievoorzitter en tassendraagster Sophie Hermans is haar geduld nu dan echt op.
Een spoedpeiling gaf gisteren al aan dat de ChristenUnie op ramkoers lag met het CDA en de VVD. Beide met tegengestelde belangen en opvattingen. Het kabinet kon geen akkoord vinden over de asielcrisis.
Verkiezingen zullen hoogstwaarschijnlijk worden uitgeschreven na de val van vandaag. Maar dit is niet staatsrechtelijk noodzakelijk. Er kan worden besloten een “tussenkabinet” te formeren en in een nieuwe coalitie door te regeren. De laatste keer dat dit gebeurde was onder Balkende.
Maar nieuwe verkiezingen lijken het meest waarschijnlijk. Deze verkiezingen moeten binnen drie maanden na het ontbinden van de Tweede Kamer plaatsvinden, daarmee zou het in de loop van september zijn. Echter is het niet verplicht na de val van een kabinet het parlement te ontbinden, ook is er geen deadline voor.
De oppositie is natuurlijk blij met de val van het kabinet en loopt warm voor nieuwe verkiezingen. Voor de PVV kan het niet snel genoeg zijn.
Het is nog niet zeker wat minister-president Mark Rutte gaat doen. Zal hij opnieuw het lijsttrekkerschap van de VVD willen opeisen? Gaat hij eindelijk weg als politieke speler? Of komt er een joker in het spel?
Op 1 juli 2023 heeft Koning Willem-Alexander zich verontschuldigd voor het slavernijverleden van Nederland en hoewel ik geloof dat dit met alle beste intenties is ondernomen geloof ik echter dat dit een fout is, de geschiedenis van ons land kent zoals elk ander land in de lange geschiedenis van deze wereld inktzwarte pagina’s van gruweldaden en onrecht. Dit mag niet vergeten worden zodat herhaling hiervan altijd zo onmogelijk mogelijk wordt gemaakt.
Excuses van een huidige generatie voor de gruweldaden van een deel van voorgaande generaties zijn daarentegen compleet lege symboolpolitiek en deugsignalen, het enige wat hiermee wordt bereikt is polarisatie en vals schuldgevoel bij vele Nederlanders. Met deze actie komen mensen en volkeren niet dichter bij elkaar maar enkel mijlen verder van elkaar.
Het overgrote deel van de Nederlandse bevolking heeft geen slavenhouders als voorouders, maar enkel arme boeren en arbeiders die niks te maken hadden met mensenhandel, het feit is namelijk dat alleen een klein deel van de bevolking een rijke elitekring vormde die 200+ jaar geleden welvarend genoeg waren om deel te kunnen nemen in slavenhandel.
De normale Nederlander zwoegde dag-in-dag-uit enkel om zichzelf in leven te houden en om de elite te verrijken, de schuld leggen bij de huidige Nederlander is daarom volkomen absurd. En het schuldgevoel geheel overbodig. Ook wordt er met deze verontschuldiging een pervers onrecht gedaan aan de uitbuiting van het Nederlandse volk door de eerder genoemde elite. die zichzelf daarmee verrijkten en met die rijkdom mee deden in de wereldwijde slavenhandel. Dit is iets wat de Koning met zijn studie geschiedenis zou moeten weten, ondanks dat kiest hij er voor om zich te scharen achter de verdraaide Nederlandse geschiedenis van het huidige links-liberale kabinet. Met dit besluit diskwalificeert hij zichzelf als onpartijdige Vorst van het gehele Nederlandse volk.
Met deze glijdende schaal praktijken zal de ongetwijfelde volgende stap herstelbetalingen zijn, echter zullen die niet komen uit het miljoenen vermogen van de Oranjes of uit die van andere (voormalige) invloedrijke families maar uit de zakken van onschuldige Nederlanders, vooral van diegenen die in geen enkele generatie te maken hebben gehad met slavernij.
Dit is in mijn ogen een verraad van het normale Nederlandse volk door de Koning die hun zou moeten verdedigen en vertegenwoordigen, echter gooit hij ze nu voor de wolven, hiermee is hij in mijn ogen gediskwalificeerd als vertegenwoordiger van het Nederlandse volk en zijn uitspraken namens hen ongeldig.
Op Russische staatstelevisie wordt al lang het verhaal verteld dat Rusland in een staat van oorlog verkeerd met het gehele Westen, en dat ze niet enkel met de krijgsmacht van Oekraïne strijden maar met de gehele legermacht van de NAVO. Eerder in de oorlog kon dit worden weggewuifd als Russische propaganda die het thuisfront poogt te overtuigen dat de falende oorlog helemaal niet aan de Russische Krijgsmacht en politiek ligt maar aan het feit dat ze de gehele NAVO een halt toe moeten roepen.
Dit sentiment is echter steeds moeilijker te ontkennen. Nee, Rusland verkeerd niet in een staat van oorlog met de NAVO en nee, er zijn ook geen NAVO-troepen actief aan de frontlinies, maar tot in hoe verre kunnen we elkaar blijven vertellen dat dit sentiment niet waar is wanneer de Krijgsmacht van Oekraïne in alles behalve naam langzamerhand deel worden en interoperabel wordt met de NAVO.
Niet alleen zijn nou de modernste NAVO pantservoertuigen actief aan de frontlinies in Donbas en Zaporizhzhia maar ook voeden de inlichtingendiensten van de NAVO-lidstaten constant, al sinds het begin van de oorlog, informatie aan de Krijgsmacht van Oekraïne. Ook helpt NAVO-personeel met het trainen van personeel en vermoedelijk het plannen van offensieven. Ook moeten we ons afvragen hoelang het duurt voordat de meest moderne gevechtsvliegtuigen goedgekeurd worden voor overdracht aangezien de VS al groen licht heeft gegeven voor het trainen van Oekraïense piloten en ondersteunend personeel met F-16’s.
Het Westen beloopt hiermee een ‘fine line’ in mijn mening, op dit tempo blijft het enige Oekraïense aan een Oekraïense soldaat zijn afkomst. Wanneer komen we op het punt dat je de oorlog in Oost-Europa niet meer anders kan classificeren als een NAVO proxy-oorlog… en hoelang voordat we er opzettelijk of onopzettelijk, goedschiks of kwaadschiks direct in verwikkeld raken. De meest recente escalatie hierin is de goedkeuring en levering van langeafstandsraketten die diep in Russisch gebied kunnen inslaan.
Mocht het ooit tot het punt komen dat de NAVO direct verwikkeld raakt met de oorlog of überhaupt een oorlog met een grootmogendheid dan hebben we hier in Europa een groot probleem, met al deze leveringen aan Oekraïne laten we ons zelf gevaarlijk onbewapend. onze eigen reserves aan Militair apparatuur worden op snel tempo uitgeput en zullen duur en tijdrovend zijn om weer aan te vullen. Ook is de illusie van Westerse onoverwinnelijkheid een groot gevaar, voor de tweede keer in 100 jaar branden de meest geavanceerde Duitse Oorlogstuigen op de Oekraïense steppe. Wat een schok dat Wunderwaffe niet de oplossing is voor alle militaire problemen.
Ik ben geen spreekbuis van het Kremlin, ook ben ik geen voorstander voor Rusland onbezongen haar gang laten gaan. Wel vind ik dat het Westen goed moet nadenken over de consequenties van haar acties, voordat het te laat is. We hebben collectief nog veel werk te doen als we niet met onze broek op onze enkels te grazen genomen willen worden.
De Minister voor Volkshuisvesting, Hugo de Jonge (CDA), slaat de socialistische weg in en opent vrij duidelijk de aanval op het eigendomsrecht in een nieuw wetsvoorstel welke bepaalt aan wie men wel of niet zijn eigen huis mag verkopen. De Jonge heeft al iedereen tegen zich gekeerd maar met deze nieuwe dolksteek in de rug van vele Nederlanders keren zelfs eigen partijleden en de Tweede Kamer zich tegen hem.
Dit nieuwe wetsvoorstel zou betekenen dat de Gemeente waarin je woont zich kan bemoeien met het proces van een huis kopen en verkopen. De Gemeente zou volgens het wetsvoorstel de macht krijgen om te bepalen wie woningen tot 355.000 Euro mogen kopen. Zo kan de gemeente voorrang geven aan eigen inwoners of mensen met een cruciaal beroep. Huiseigenaren mogen tevens wel hun huis aan iemand anders verkopen, alleen die persoon mag zonder een huisvestigingsvergunning daar vervolgens niet wonen. Ja, je hoort het goed, je mag niet in je eigen huis wonen.
Aangezien dat als dit wetsvoorstel door gaat de gemeente ineens de macht zou hebben om te bepalen wie er op een huis mag bieden en wie er vervolgens mag wonen, kaart de Raad van State terecht aan dat die een inbreuk zou zijn op het eigendomsrecht en het recht op vrije vestiging. Een recht wat specifiek bedoeld is om de regering te hinderen in het ontnemen van mensen hun mogelijkheden om te wonen waar ze willen mits ze het kunnen betalen. Dit Communistisch beleid zal niks oplossen als het doorgaat, het pakt de oorzaak van het probleem niet aan, typerend aan de Nederlandse overheid. Schuif je probleem vooral door en pak de oorzaak vooral niet aan, want dat is te controversieel.
Hiermee zal niks opgelost worden, er komen geen woningen bij met dit wetsvoorstel. En het probleem ligt hem juist in het feit dat er niet genoeg woningen zijn. Dat lost men niet op door een autoritair plan in te voeren over wie de bestaande delen van de taart mag eten. Dat lost men op door meer taart te creëren en daarmee ervoor te zorgen dat de doorstroming van leeftijdsgroepen weer op gang komt. Maar dat kan natuurlijk niet want dan zouden we met z’n allen eerst 80 moeten gaan rijden op de snelweg om offers te brengen aan de Heilige Stikstofboom.
Verrassend genoeg hebben coalitiepartijen D66 en VVD zich uitgesproken tegen dit plan, maar we moeten eerst maar eens zien of er ook daadwerkelijk acties achter die woorden staan. Op 27 Juni (aanstaande Dinsdag) zullen we waarschijnlijk het resultaat weten.
Over de laatste anderhalve dag poogde de Wagnergroep een bewapende opstand tegen de Russische macht, vooral door het falen van de Minister van Defensie Sergei Shoigu, en de recente acties van de Russische regering tegen Wagner en zijn leider Yevgeny Prigozhin.
Ze waren al in Moskou Oblast toen het bevel van Prigozhin kwam om terug te keren om “bloedvergieten te voorkomen” en daarmee was de opstand voorbij. Maar waarom startte Prigozhin deze opstand, wat hebben ze bereikt tijdens de opstand en wat is de uitkomst van deze opstand voor zowel de Russische regering als de Wagnergroep en Prigozhin.
Vrijdag
Yevgeny Prigozhin, de leider van de Wagnergroep, publiceert een video op een van Wagner’s officiële kanalen waarin hij voor het eerst sinds de oorlog begon de voornaamste reden voor de invasie van de Russische president Vladimir Poetin verwerpt. Op hun Telegram-kanaal gaf Prigozhin aan dat het “kwaad” van de Russische legerleiding moest worden gestopt en dat zijn huurlingenleger een “Mars voor Gerechtigheid” tegen het Russische leger zouden houden. Als reactie hierop opent de FSB, de opvolger van de KGB, een strafzaak tegen Prigozhin, waarin hij verdacht is van het oproepen tot “gewapende opstand”. De Plaatsvervangend Commandant van de Russische operatie in Oekraïne, Generaal Sergei Surovikin, riep Wagner op om hun oppositie tegen het Russische leger op te geven en terug te keren naar hun basissen.
Zaterdag
In de nacht waren de Wagnertroepen de Oekraïense grens met Rusland overgestoken en op weg naar Rostov-aan-de-Don. Op dat moment gaf Prigozhin aan dat Wagner bereid was om “alles te geven” tegen de Russische Krijgsmacht. Wagnertroepen betreden de stad Rostov rond 2:15 des nachts en nemen het militaire hoofdkwartier over van waaruit de Russische operaties in Oekraïne zijn geleid. Het Russische leger probeert wegen af te zetten, zoals de snelweg van Rostov naar Moskou. Ook in Moskou zelf zijn straatblokkades door het leger opgetuigd en de stad staat vol met militaire voertuigen.
Nadat duidelijk werd dat Wagner Rostov had ingenomen riep de Gouverneur van Rostov Oblast de inwoners op in kalm te blijven en binnenshuis te blijven. Het Russische Ministerie van Defensie probeert Wagnertroepen te overtuigen om Prigozhin te verlaten, zeggende dat ze “zijn bedrogen en een crimineel avontuur zijn ingetrokken.” Een aantal uren later nemen de Wagnertroepen de stad Voronezh in en zijn duidelijk op weg naar de hoofdstad Moskou.
Rond 10:00 des ochtends geeft president Poetin een toespraak gericht aan het Russische volk, de Krijgsmacht, Wetshandhavers en de Veiligheidsdiensten. Poetin sprak van een gewapende opstand en veroordeelde de actie van Wagner, hij beschuldigd Prigozhin persoonlijk van “landverraad” en “een mes in de rug van ons land en ons volk.”
Ongeveer op datzelfde moment komt de Tsjetsjeense leider Ramzan Kadyrov naar buiten en geeft aan dat zijn troepen klaarstaan om de opstand met harde hand de kop in te drukken. Russische militaire helicopters openen het vuur op een konvooi van Wagnertroepen die al meer dan halverwege op de weg naar Moskou waren.
De Oekraïense president Volodymyr Zelenskyy reageert op de gebeurtenissen in Rusland en zegt dat “de zwakte van Rusland overduidelijk is” en dat hoe langer Rusland haar troepen en huurlingen in Oekraïne houdt, hoe meer chaos ze uitnodigen binnenslands.
President Poetin tekent een wet waar 30 dagen Staat van Beleg werd afgekondigd. Even later worden de Wagnertroepen gratie beloofd als ze hun wapens neerleggen, volgens TASS nieuwsbureau.
Op zaterdagavond kondigt de Belarussische president Alexander Lukashenko aan dat hij een akkoord heeft onderhandeld met Prigozhin welke de situatie gaat de-escaleren.
Prigozhin heeft daarna aangekondigd dat zijn troepen, die onderweg waren naar Moskou, zouden terugkeren naar de basissen om bloedvergieten te voorkomen. Ook is overeengekomen dat hij niet zal worden vervolgd voor de gepoogde staatsgreep en dat hij gaat verhuizen naar Belarus.
Prigozhin verliet Rostov met zijn Wagnertroepen terwijl ze worden toegejuicht door de lokale bevolking.
De overeenkomst
De volgende dingen zijn overeengekomen na onderhandelingen tussen Lukashenko en Prigozhin.
Minister van Defensie Sergei Shoigu zal worden ontslagen na 11 jaar in het ambt;
de Wagnertroepen worden geïntegreerd in het Russische leger en worden niet vervolgd voor hun rol in de opstand; en
Yevgeny Prigozhin verhuist naar Belarus en zal niet worden vervolgd.
Een belangrijke uitkomst van deze hele situatie is dat Belarus zich nu niet meer als junior partner hoeft te gedragen. Lukashenko kan nu opstaan en zekere invloed over Poetin uitoefenen door te beargumenteren dat hij zijn regime heeft gered van de ondergang.
De Russische regering heeft in feite alle eisen van de Wagnergroep en Prigozhin ingewilligd en heeft daarmee een punt van zwakte getoond aan de Russische bevolking en de buitenwereld.
We zijn allen bekend met het feit dat de Europese Unie, ondanks het bestaan van het gekozen Europees Parlement, diep ondemocratisch is. Zelfs het gekozen Parlement heeft amper iets te vertellen en bijna alles wordt door de Eurocratie besloten in achterkamers en 5-sterren restaurants. Maar hoe is de Europese Unie een actieve bedreiging voor de democratie? Niet alleen in Nederland, maar in alle lidstaten.
Het begint bij de bureaucratie, die zich steeds verder uitbouwt door de constant groter wordende lijst reguleringen en wetten waar de EU al haar lidstaten aan onderwerpt, die steeds meer soevereiniteit wegneemt bij de individuele lidstaten. Deze reguleringen worden gemaakt door de Europese Commissie die ze daarna door de applausmachine die we het Europees Parlement noemen laten goedkeuren. En het is ook niet dat deze reguleringen en wetten van de EU door het publiek gedragen worden. En daar komt het tweede punt in werking: de bureaucraten geven niks om de publieke opinie.
De Eurocraten hebben compleet lak aan de publieke opinie. Sterker nog, ze zien het volk als een obstakel voor hun utopische (eigenlijk dystopische) doelen. De Eurocraten zien alles wat zij doen als in dienst staande van een groter doel en hun zullen de inschatting wel maken of iets goed of slecht is voor het volk. Een belangrijk voorbeeld was de Europese Grondwet in 2005. De kiezers in Nederland en Frankrijk hadden de grondwet verworpen met 61,54 procent in Nederland en 54,67 procent in Frankrijk. Ierland heeft ook een referendum gehouden over het Verdrag van Lissabon (de Europese grondwet in praktijk, zonder het een grondwet te noemen) in 2008 waarin de Ieren met 53,40 procent tegen het Verdrag stemden. De EU nam hier geen genoegen mee dus moesten de Ieren in 2009 opnieuw naar de stembus, waarin ze het Verdrag met 67,13 procent hebben goedgekeurd. Enkele andere landen hielden ook referenda met de volgende resultaten.
Luxemburg (2005): 56,52% voor — 43,48% tegen (opkomst: 90,44%); en
Spanje (2005): 81,84% voor — 18,16% tegen (opkomst: 41,77%, het laagste sinds de tijd van Francisco Franco).
Het is dus veilig om vast te stellen dat het zeker niet zo is dat alle landen het oneens zijn met de richting van de Europese Unie, maar in het geval van Spanje is het ook handig om te overwegen dat de geest van het Franco-regime toen nog heel sterk aanwezig was in het mentale bewustzijn van de Spanjaarden, wat een reden kan zijn voor Spanje om te stemmen voor iets wat ze zagen als iets wat daar tegen zou staan en meer democratie en en vrijere samenleving met zich mee zou brengen. Dit is uiteraard niet wat de EU doet. Maar als kiezers in een lidstaat de Europese Grondwet verwerpen worden ze gedwongen om er nog een extra keer over te stemmen, zie Ierland, of ze verwisselen de Grondwet met een in feite identiek verdrag (Verdrag van Lissabon). Als het electoraat niet instemt met je grootste ideeën zit er maar één ding op: vervang het electoraat.
De gehele structuur van de EU is ondemocratisch. Laten we even kijken naar de drie pilaren van de Europese Unie: de Europese Commissie; een uitvoerende macht wiens leden ongekozen zijn en waarop burgers geen invloed op kunnen uitoefenen, de Raad van Ministers waar onze Ministers deel van uitmaken om ons te vertegenwoordigen op Europees niveau, er wordt nu bijna altijd gestemd met gekwalificeerde meerderheid, waar elk land een stem heeft gelijk aan het percentage van de bevolking. Nederland heeft daarom 3,96 stempunten van de 100. Er moeten minstens 15 lidstaten (55 procent) instemmen, en deze lidstaten moeten minstens 65 stempunten hebben. Dit lijkt misschien een redelijke waarborg van rechten van een minderheid binnen de EU-lidstaten, maar niets is minder waar. Stemmen komt ook voor in simpele meerderheid, daarbij is een meerderheid van de lidstaten nodig, en niet van de bevolking. Het kan dus theoretisch gezien zo zijn dat in dit systeem iets wordt aangenomen door de 14 minst bevolkte lidstaten, terwijl deze landen maar 11,6 procent van de EU-bevolking dragen, maar het tegenovergestelde kan dus theoretisch gezien ook. Dat deze 14 lidstaten tegen iets stemmen waar de rest van de lidstaten voor is. Waardoor 11,6 procent iets tegenhoudt waar 88,4 procent voor is.
En dan als laatste het Europees Parlement. Dit is het meest democratische orgaan dat de EU in het leven heeft geroepen. Echter, democratie is niet een concept wat kan worden aangeschreven aan het Europees Parlement. Het begint met de verdeling van zetels. Elk land heeft een bepaald aantal zetels, op dit moment heeft Nederland er 29. Dit betekent dat er voor elke 611.518 Nederlanders één lid van het EU Parlement is. Met aantallen zoals dat is het niet alleen onmogelijk om zoveel mensen adequaat te vertegenwoordigen, het zorgt ervoor dat een Parlementslid zijn kiezers vergeet. Maar andere landen, zoals Luxemburg en Malta, zijn veel beter vertegenwoordigt dan de Nederlanders. Luxemburg heeft 6 zetels, waardoor er voor elke 107.275 Luxemburgers één Parlementslid is, Malta heeft ook 6 zetels, waardoor er voor elke 86.829 Maltezers één Parlementslid is. Het Europees Parlement wordt gekozen binnen een gerrymandered kiesstelsel wat enkel de grootse doelen van de Eurocratie ten goede komt. De gewone burger van de gemiddelde lidstaat is hierdoor ondergeschikt gemaakt aan de kleinste lidstaten van deze zogenaamde politieke unie die staat voor democratie en rechtsstaat.
Na de ondemocratische manier waarop het Europees Parlement is verdeeld komt nog eens de werking van het Europees Parlement. We weten allemaal dat de Nederlandse Tweede Kamer zelf moties en wetsvoorstellen kan indienen, en dat het initiatief zowel bij het kabinet als bij de Tweede Kamer ligt. In het Europees Parlement is dat anders. Het EU Parlement kan zelf geen voorstellen indienen en kan alleen debatteren en stemmen over de voorstellen die de Europese Commissie heeft bedacht en ingediend. Het Europees Parlement is dus in feite een orgaan dat een stempel van goedkeuring of afkeuring kan geven, maar het kan niet amenderen, dus al zouden ze het eens zijn met 90 procent van een voorstel, maar zouden ze nog één aspect willen veranderen, kan het alsnog niet. Ze moeten dan een keuze maken tussen VOOR stemmen om de 90 procent in werking te stellen, of TEGEN te stemmen als die laatste 10 procent te zwaar weegt om in werking te laten treden.
Een van de belangrijkste taken van een Kamerlid is om vergoeding te bieden aan klachten van inwoners (Redress of Grievance). Als er iets fout gaat kan een Kamerlid, die dit van de burger heeft vernomen, het opgooien bij de verantwoordelijke minister en daardoor een officieel antwoord krijgen. In het Verenigd Koninkrijk, als ontdekt wordt dat de klacht in waarheid gegrond is, wordt het veranderd. Het systeem werkt daardoor redelijk goed. Met één belangrijke uitzondering: wanneer het iets binnen de competentie van de Europese Unie betreft. Dan is het standaard antwoord eenduidig: daar kunnen we niks aan doen, want het is een Europese bevoegdheid. Dat soort antwoorden horen we in de Tweede Kamer ook om de haverklap. Maar terwijl de Eurocratie een belangrijk probleem van de EU is, is het niet het grootste probleem. Een van de grootste problemen is de Europese Monetaire Unie. Volgens Baron Nigel Lawson, die helaas begin april overleed, is de monetaire unie een van de grootste oorzaken van tweedracht in de samenlevingen van de EU-lidstaten sinds de Tweede Wereldoorlog. Iets wat hij voorspelde in 1989 als Kanselier van de Schatkist (Minister van Financiën) in het kabinet van Margaret Thatcher.
„Voor monetaire eenheid is een politieke unie nodig, en die staat niet op de agenda.”— Nigel Lawson, 1989.
Margaret Thatcher was, zeker in de latere dagen van haar premierschap, hard aan het schoppen tegen het Europese idee. Ze was tegen de monetaire unie, tegen een politieke unie en tegen Europese instituties zoals het Europees Parlement. Daaruit kwam dit iconische moment in 1990:
„Ja, de Commissie wil haar bevoegdheden uitbreiden. Ja, het is een niet-gekozen orgaan en ik wil niet dat de Commissie haar bevoegdheden uitbreidt ten koste van het Lagerhuis, dus verschillen we natuurlijk van mening. De voorzitter van de Commissie, de heer Delors, zei onlangs op een persconferentie dat hij wilde dat het Europees Parlement het democratische orgaan van de Gemeenschap zou zijn, dat hij wilde dat de Commissie de uitvoerende macht was en dat hij wilde dat de Raad van ministers de Senaat. Nee nee nee.” — Minister-president Margaret Thatcher, 1990.
Het originele doel van Europese samenwerking en een soort unie was om Duitsland in een kooi te zetten, zodat ze niet nogmaals konden doen wat ze in de eerste helft van de Twintigste Eeuw hadden gedaan. Een op zichzelf logisch doel, maar een die als bijwerking had dat, op termijn, de democratische bevoegdheden van haar lidstaten worden uitgehold en worden overgegeven aan de Europese leiders. Een handelsunie, of een vrijhandelsverdrag tussen wat nu EU-lidstaten zijn, zou een goed idee zijn. Voor vrije handel en vrede hebben we geen politieke unie nodig die de natiestaten van Europa fundamenteel aanvalt.
Het doel van de Europese Monetaire Unie is om een volle politieke unie te maken. Zoals Thatcher al aangaf maakte de toenmalige Voorzitter van de Europese Commissie Jacques Delors daar geen geheim van. Een monetaire unie kan enkel enige kans van slagen hebben wanneer er een politieke unie aan vasthangt, met één fiscaal beleid, één belastingsysteem en uiteindelijk één Europese regering. Van een gelijke soort als de monetaire unie die de Verenigde Staten in feite is. Het lijkt misschien niet echt een bedreiging voor de democratie, maar niets is minder waar: de Euro. De Euro heeft, indirect via de ECB en bankiers, gezorgd voor veranderingen in Europese regeringen. Zoals bijvoorbeeld Silvio Berlusconi, die gisteren op 86-jarige leeftijd overleed. Berlusconi was democratisch gekozen tot minister-president van Italië en uiteindelijk, in 2011, werd hij bijna gedwongen af te treden door de Europese functionarissen en leiders zoals de Franse president Nicolas Sarkozy en Duitse bondskanselier Angela Merkel. Dit vanwege zijn financiële beleid.
Iets soortgelijks gebeurde er in Griekenland door de grillen van de ongekozen bankiers in de ECB en Commissarissen van de Europese Commissie. Een letterlijke aanval op democratie. De Commissie heeft als het ware de verkiezingsuitslagen in Griekenland en Italië verworpen en hun eigen favoriet in het zadel geholpen. Een van de belangrijkste elementen van een werkende samenleving is een werkend rechtssysteem. Onafhankelijke rechters die onafhankelijk van de grillen van een overheid, zij het lokaal, regionaal, nationaal, of in dit geval supranationaal, recht spreken over acties van overheden en burgers. Er zijn veel problemen met het Europees Hof van Justitie.
Allereerst is het een politiek hof dat het doel van verdere integratie en federalisering van de EU volledig ondersteunt. Het Hof breekt herhaaldelijk een van de fundamentele principes van een rechtsstaat: niemand moet in zijn eigen Hof berecht worden. Dit is in feite een ondermijning van het vertrouwen wat de burger nog kon hebben in een van de Europese instituties.
Tijdens de crisis van 2008 kwamen de lidstaten met het idee dat de salarissen van de EU functionarissen niet meer volgens de oude methode moesten meestijgen, zoals dat in Verdragen was opgenomen als er een serieuze crisis zou zijn. De Europese Commissie was het niet eens met deze effectieve loonsverlaging en had de Europese Raad aangeklaagd. De rechters zaten daar, denkende dat als ze de Raad gelijk gaven dat ze dan hun eigen salarissen ook verminderen. Tijdens de ergste financiële crisis in de duur van mijn tot nu toe korte leven, het Hof sprak uit dat de crisis niet voldoende was en dat ze meer moesten worden betaald, een effectieve aanval op het uiterst belangrijke principe: nemo judex in causa sua: niemand mag rechter in zijn eigen zaak zijn.
Waar we dit gebrek aan democratie zien, zien we ook de stijging van extremisme, aan beide kanten. Neem nou Gouden Dageraad (Golden Dawn) in Griekenland, welke groot werd in de nasleep van de financiële crisis. De Vijfsterrenbeweging in Italië in de begindagen. De Communistische Partij Oostenrijk in lokale verkiezingen, Unidas Podemos in Spanje en La France Insoumise van Jean-Luc Mélenchon in Frankrijk. Dit grootse experiment helpt de extremen aan beide kanten. De EU is een vernietigend orgaan. Meer dan 60 procent van de Nederlandse wetgeving is gemaakt in Brussel door de Europese Unie, waar Malta een veel grotere stem heeft dan de Nederlanders over onze wetten. Wie de Maltezers kiezen is belangrijker dan wie de Nederlanders kiezen, en ons eigen parlement, de Staten-Generaal, is buitenspel gezet, machteloos gemaakt.
Dat is de bedreiging voor de democratie. We moeten de macht terughalen uit Brussel en een volledig andere band met onze Europese buurlanden en partners scheppen. We moeten onze eigen democratie op de eerste plek zetten en hopen dat anderen ons volgen.
Uitdraai van mijn monoloog op Spotify, het origineel is hier te vinden.
5 mei 2023, bevrijdingsdag. Vandaag viert Nederland 78 jaar vrijheid van de Duitse bezetter. Een bevrijding, die hier, langs de kust van Normandië begon, waar ik vandaag sta met een kopje koffie. Jonge kerels van om en nabij 20, ongeveer mijn leeftijd, die hun leven gaven op een vreemd continent, tegen een vijand waar ze enkel over gelezen hadden.
In het woord bevrijding zit het woord vrij, vrijheid. Noemenswaardig om een korte monoloog over op te nemen, aangezien ik mij veel bezig hou met de vrijheidskwestie. Wanneer zijn we vrij, en wat is de vrijheid eigenlijk? De vrijheidsvraag staat centraal in veel van mijn artikelen op pitloos.metrafael.nl/, zo zal de oplettende lezer en luisteraar inmiddels al hebben opgemerkt. De toenemende staatssurveillance, de digitale munt, en andere Chinese politieke kwalen.
Willen wij eigenlijk wel vrij zijn? Zijn wij wel bekwaam genoeg om de verantwoordelijkheid van vrijheid op onze schouders te dragen? Vaak vergeten we dat vrijheid niet kan bestaan zonder de eigen verantwoordelijkheid. Vrijheid is niet bedoeld om het makkelijkst te zijn, en om het meest comfortabel. Als je niet oppast kan je snoeihard op je plaat gaan. Vrijheid is ook de vrijheid van anderen om je te kwetsen, iets wat zogenaamde links-liberalen nog wel eens vergeten. Vrijheid is ook niet veilig. Als je veilig wilt zijn, moet je thuis gaan zitten, met de gordijnen dicht, de deuren vastspijkeren en nooit meer iemand binnenlaten. Dan ben je veilig.
Tijdens de coronajaren, nu zo’n 2 jaar geleden, poogde westerse regeringen dit kluizenaarschap nogal eens op te leggen aan de bevolking. Oude dametjes die een ommetje maakten in Australië kregen een fikse bon. “Begrijpt u dan niet” spraken ze “dat u binnen veilig bent?” Als regeringen in de liberale en vrije westerse wereld dergelijke bevoegdheden kunnen hebben, kunnen we dan wel zeggen dat we echt vrij zijn? De vraag stellen is hem beantwoorden.
Het besef, dat onze vrijheid en onze verantwoordelijkheid niet vanzelfsprekend is, dat er in alle heldhaftigheid voor gevochten is dat vreemde mogendheden hun totalitaire heerschappij over andere volkeren staakten. Gevochten tot de dood aan toe, zoals hier 77 jaar geleden ook gebeurde, hier op landingsgebied Juno, waar ik rustig mijn koffie drink.
Als ik een boodschap mag meegeven. Is het dat we de vlam van de vrijheid weer nieuwe zuurstof toeblazen, opdat ie nog lang kan ronddolen. Blijf kritisch en blijf vrij.
Dit was Jaron, met de vrijheidsboodschap, voor Pitloos Network
“Okke mijn zoon, deze boeken moet je met hart en ziel bewaren, ze bevatten de geschiedenis van ons hele volk en ook van onze voorouders. Verleden jaar heb ik ze uit de vloed gered tegelijk met jou en je moeder. Maar ze waren nat geworden, waardoor ze daarna gingen bederven. Om ze niet te verliezen, heb ik ze op buitenlands papier overgeschreven. In het geval dat je ze erft, moet je ze ook overschrijven. Je kinderen eveneens, opdat ze nooit verloren gaan. Geschreven te Liuwert (Leeuwarden), nadat Atland verzonken is*, het drie duizend vier honderd negen en veertigste jaar, dat is naar de Christelijke jaartelling het twaalf honderd zes en vijftigste jaar.”
Met deze woorden begint een van de beroemdste Friese literatuurstukken. De Oera Linda, vrij vertaald vanuit het Oudfries, Over de Linde. De Linde zijnde een rivier, die overdwars door Friesland stroomt, langs de dorpen Wolvega en Oldeberkoop, maar ook een familienaam. De geschriften verschenen in 1867 in een oude zolder, en waren naar verluid herschreven in de 13de eeuw, naar een oorspronkelijke bron die terug zou gaan tot ver voor het begin van de Christelijke jaartelling. Het werk is geschreven in een onbekend schrift, die aan runen doen denken. De Oera Linda bevat een reeks wetten, die vanaf de oermoeder Frya zou komen, evenals een geschiedvertelling die het archaïsche Friesland (Frya’s land) van voor de klassieke tijd schetst. Wat fascinerend is, is dat de Codex een beeld schetst van een hoogontwikkelde Friese beschaving, die feitelijk de bakermat vormt voor de Europese beschaving, en daarmee dus een basis vormt van een significant gedeelte van de wereldgeschiedenis. De Friese manier van doen zou zich verspreid hebben van boreaal Europa, tot het mediterraans gebied en zelfs tot in het verre Oosten. Een revolutionair perspectief dat de huidige originevertelling op zijn kop zet.
Boreale Europeanen zouden namelijk niet afstammen van Afrikanen, maar zouden afkomstig zijn uit het nageslacht van Frya, een van de drie dochters van Wralda, de Oeroude, die de rol van Godheid inneemt, maar ook synoniem is van de Wereld. Een interessant aspect aan deze codex is dat wij veel woorden in de oude taal ook terug kunnen zien in het modern Nederlands, maar ook in andere Germaans-Noordse talen. Zo zou Socrates, de filosoof, te herleiden zijn naar de Arabische vertaling Suqrat, wat weer overeenkomt met de oude betekenis, “zoek raad“. Een ander voorbeeld is papier. Er wordt verondersteld dat dit komt van papyrus, een plant waarvan de eerste papierachtige substantie gemaakt werd. Maar waar kwam dít woord nu vandaan? Dit zou weer komen van pompier, van de pompeblêden, waterlely’s, die ook te vinden zijn op de Friese vlag. Volgens Jan Ott, die de Oera Linda geschriften heeft afgestoft, en onder nieuw licht gebracht heeft, zou dit betekenen dat het oude volk van Frya papier maakte, bewijs dat duidt op een beschaving die veel ouder is dan door officiële bronnen toegekend.
Heden ten dage wordt het boek afgedaan door officiële autoriteiten als een grap, een soort samenzwering tussen drie mannen in de 19de eeuw. Echter is Ott kritisch op deze bewering. Zo zijn veel aspecten van het boek te gecompliceerd om te vervalsen, klopt de officiële tijdlijn niet, aangezien de mannen op verschillende locaties woonden op het moment van schrijven, en bovendien zouden veel aspecten van het boek, zoals het unieke schrift, terugkomen in recentere archeologische vondsten. Bovendien werd er in de valsverklaring veel gebruik gemaakt van drogredenen, zoals dat het boek enkel in trek zou zijn bij New Agers en Neonazi’s. Dit argumentum ad Hitlerum is ook door Ott volledig ontkracht.
Het verhaal van Jan Ott heeft iets fascinerends, iets mysterieus wat mij meteen aantrok. Zo iets vernieuwends, dat sprak bij mij tot de verbeelding. Na het luisteren naar zijn redevoering bij podcast V for Valentine besloot ik de geschriften zelf eens te lezen. De verhalen en de wettenreeksen waren iets wat ik nog nooit gezien had. Een pleidooi voor eerlijkheid, vrijheid, onafhankelijkheid. Het is niet voor niets dat Frya’s naam synoniem was voor het concept vrijheid. Haar tex, haar wetten betekenend, zouden opgeschreven zijn op de wanden van de burcht waar Frya naar de hemel steeg.
Frya’s Tex
Heil verbeidt de vrijen. Ten laatste zullen zij mij weder zien. Doch hem alleen mag ik als
vrij erkennen, die geen slaaf is van een ander noch van zijne driften. Hier is mijn raad.
1. Zoo wanneer de nood erg is, en goede raad en goede daad niets meer vermogen, roep dan
den geest van Wralda aan; maar gij moet hem niet aanroepen, bevorens alle dingen beproeid
zijn. Doch ik zeg u met redenen, en de tijd zal het waar maken: De moedeloozen zullen immer
bezwijken onder hun eigen leed.
2. Wraldas geest mag men alleen kniebuigende dank toewijden, ja driewerf, voor hetgene
gij van hem genoten hebt, voor hetgene gij geniet en voor de hoop, die hij u laat in angstige
tijden.
3. Gij hebt gezien, hoe spoedig ik hulp verleende. Doe al eender met uwen naaste; maar
toef niet tot dat men u gebeden heeft; de lijdenden zouden u vloeken, mijne maagden zouden
uwen naam uitwisschen uit het boek en ik zoude u als onbekenden moeten afwijzen.
4. Neem nimmer kniebuigende van uwen naaste dank aan, deze behoort aan Wraldas geest.
De nijd zoude u bekruipen; de wijsheid zoude u belagchen; mijne maagden zouden u betigten
van vaderroof.
5. Vier dingen zijn tot uw genot gegeven, met name lucht, water, land en vuur; maar
Wralda wil alleen daarvan bezitter wezen. Daarom raad ik u, gij zult u rechtvaardige mannen
kiezen, die den arbeid en de vruchten naar recht verdeelen, zoodat niemand vrij van werken
noch van verdedigen zij.
6. Zoo wanneer daar iemand onder u gevonden wordt, die zijne eigene vrijheid verkoopt,
die is niet van uw volk, hij is een bastaard met verbasterd bloed. Ik raad u, dat gij hem en
zijne moeder uit het land drijft. Zeg dat tot uwe kinderen des morgens en des middags en des
avonds, tot dat zij daar van droomen des nachts.
7. Een iegelijk die een ander van zijne vrijheid berooft, al ware de ander hem schuldig, dien
moet ik aan den leiband eener slavin laten voeren. Doch ik raad u om zijn lijk en dat zijner
moeder op eene kale plaats te verbranden en daarna hunne asch vijftig voet onder den grond
te begraven, opdat daar geen grashalm op groeijen moge, want zoodanig gras zoude uw
kostelijkste vee dooden.
8. Tast nooit het volk van Lyda, noch van Finda aan. Wralda zoude hen helpen; zoodat het
geweld, dat van u uitging op uw eigen hoofden zoude terugkeeren.
9. Zoo wanneer het mocht gebeuren, dat zij van u raadgeving of iets anders begeerden, zoo
behoort gij hen te helpen. Maar komen zij om te rooven, val dan op hen neder als het
bliksemende vuur.
10. Zoo wanneer een van hun eene uwer dochteren tot vrouw begeert, en zij dat wil, dan
zult gij haar hare dwaas- heid beduiden, doch wil zij toch haren vrijer volgen, dat zij dan met
vrede ga.
11. Willen uw zonen van hunne dochteren, dan moet gij even zoo doen als met uwe
dochteren. Maar noch de een, noch de ander mag terugkeeren, want zij zouden uitheemsche
zeden en gewoonten medevoeren, en zoodra deze bij u gehuldigd worden, mag ik niet langer
over u waken.
12. Op mijne dienares Fåsta heb ik al mijne hoop gevestigd. Daarom moest gij haar tot uwe
Eeremoeder nemen. Volgt gij mijn raad, dan zal zij namaals mijne dienares blijven en alle
vrome maagden die haar volgen. Dan zal de lamp nimmer uitgaan, die ik voor u opgestoken
heb. Het licht daarvan zal dan eeuwig uw brein verlichten, en gij zult dan even vrij blijven van
onvrij geweld, als uwe zoete rivierwateren van het zoute water der eindelooze zee.
In onze ontheemde, verweesde samenleving waar wij allen op zoek zijn naar een identiteit vervult de oorsprongsmythe wellicht een gat in ons zelfbewustzijn, wat ook weer bijdraagt aan ons zelfvertrouwen. Wij zouden iets hebben om door te geven aan de generaties die na ons zullen komen. Dat we meer zijn dan een stelletje sukkels met een BSN-nummer en een leuke vlag. Wij waren Friezen, vrije Friezen, allemaal. Friezen die zich bewust zijn waartoe wij op aarde zijn gezet. Wij zijn meer dan een zootje barbaarse bebaarde wilden in plaggenhutten, zoals de propaganda van de kerstening ons voorschrijft. De kerstening wilde ons doen geloven, dat door het Christendom wij magischer wijze veranderden van een wildebrassenbrigade in een keurig vroom kerkelijk volkje. Nederland heeft zelfvertrouwen nodig, handvatten, om ons aan op te trekken.
De Oera Linda heeft ook juist een mythische lading. Hoe gegrond de geschriften zijn in de realiteit doet er feitelijk ook niet toe, het zijn immers lessen, mythen om iets van op te steken. De klassieke mythologie van de Grieken wordt immers ook uitvoerig bestudeerd en geeft nog altijd gestalte aan de Griekse volksgeest. Wij hebben een verfrisser nodig, nieuwe volksmythen om ons aan op te trekken.
Friezen waren we, blikstjinder!
Vrienden, lees de Codex Oera Linda zelf, via www.oeralinda.org
De reden dat de Verenigde Staten het recht om wapens te dragen koestert en de rol van overheidsbeperking
De grondwet van de Verenigde Staten ging in 1789 van kracht, enkele jaren nadat de 13 voormalig Britse koloniën zich onafhankelijk verklaarden en een unie aangingen. In de primaire vorm bestaat het document uit 7 artikelen die staatsindeling van de nieuwgeschapen VS beschrijven. Zaken zoals de wetgevende, rechtsprekende en uitvoerende macht, hoe je een president kan afzetten en wat de relatie is tussen de federale overheid en de individuele staten. Ook de mogelijkheid op het wijzigen van de grondwet is hierin vastgelegd. Met een tweederde meerderheid in zowel het Huis van Afgevaardigden (Tweede Kamer, grofweg) als de Senaat (Eerste Kamer) kan er een amendement worden gemaakt. Een amendement kan een toevoeging doen, iets saneren of een wijziging aanbrengen.
Twee jaar na de bekrachtiging van de grondwet, werden er een tiental amendementen aangenomen, die tezamen de Bill of Rights genoemd worden. De vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van religie worden hierin onderschreven, alsmede de rechten van verdachten en het recht op een eerlijk proces. Ook het individueel recht op bezit wordt erin gewaarborgd. De overheid mag niet zomaar je huis confisqueren. Het tweede amendement, het recht om wapens te dragen, is wellicht het meest controversiële amendement in de Amerikaanse grondwet.
A well regulated Militia, being necessary to the security of a free State, the right of the people to keep and bear Arms, shall not be infringed.
Second Amendment
Critici zeggen dat het recht op wapenbezit niet van deze tijd is, dat het geweld aanwakkert, en criminaliteit makkelijker maakt. Ze wijzen dan op schietpartijen in scholen en winkelcentra. Progressieve spraakmakers beweren dat zodra de tweede amendement is geschrapt, en Amerikaanse burgers niet langer het recht hebben om wapens te dragen, dat het geweld en de schietpartijen dan ten einde zullen komen. Deze mensen doen een beroep op het empathisch vermogen van de lezer. Immers, is er iets wreders voor te stellen dan een schietpartij op een school waar tientallen kinderen op brute wijze om het leven komen? Het beroep op empathie wint veel zieltjes, maar is het ook realistisch? Om de zin te begrijpen, moeten we terug naar de basis.
Cartoon van een criticus van de Second Amendment, gepubliceerd op CNN
Wij mensen zijn niet veel meer dan eigenwijze apen, die behoeftes hebben, en als ze niet aan die behoeftes kunnen voldoen, elkaar de hersens inslaan om die behoeftes goedschiks of kwaadschiks te bemachtigen. Zoals Thomas Hobbes in zijn boek Le Cive schreef, zou de mens zich in een hypothetische situatie zonder wetstelsel in een “Bellum omnium contra omnes” verkeren, een oorlog van allen tegen allen. Deze strijd van allen tegen allen kan alleen worden gestopt als de mens zijn vrijheid vrijwillig zou inperken, door een sociaal contract aan te gaan met een heerser. De facto zou hierdoor een staat vormen, waardoor een soeverein individu een deel van zijn vrijheid inlevert voor een stuk zekerheid. Volgens John Locke had de staat enkel legitimiteit als deze de algemene wil van het volk representeerde. Dit principe wordt volkssoevereiniteit genoemd. Locke zag in dat een staat ook buiten het boekje kon gaan, en teveel macht in handen kon nemen. Daarom moest het volk een garantie hebben dat de staat zich nooit tegen het volk mocht keren. Hierdoor moest de overheid ook beperkt worden in haar doen en laten. Een staat zal logischer wijze altijd toegaan naar meer controle, dit is bestuurlijk voordeliger, aangezien deze dan het gedrag van de bevolking efficiënter kan bijsturen, om zo beleid, vaak vanuit een ideologische inborst, op te leggen. De traditionele grondrechten zijn constitutioneel vastgemetselde grondrechten die zich specifiek erop richten om de burger te beschermen tegenover de overheid. De Bill of Rights is een verzameling van deze belangrijke traditionele grondrechten.
Het tweede amendement, het recht op wapenbezit, is in betekenis niet veel anders dan de andere amendementen. Het is er immers op gericht om de staat op afstand te houden. Net zoals de vrijheid van meningsuiting er is om ervoor te zorgen dat de staat je nooit kan vervolgen omwille van meningen die niet in lijn liggen met het gedachtengoed van deze staat. Ten tijde dat alle staten ter wereld de teugels strakker aantrekken, is het juist belangrijk om de klassieke grondrechten te waarborgen. Het tweede amendement is wellicht het belangrijkste klassieke grondrecht. Anders dan de vrijheid van meningsuiting, wat een meer abstracte vorm van macht is, is het recht op wapenbezit een zeer fysieke vorm van macht. Dit recht is een handrem, een noodstop. Het is bedoeld om het geweldsmonopolie van de staat te doorbreken. Op het moment dat de staat zo machtig wordt dat ze tirannie gaan bedrijven over hun eigen burgers, moeten deze burgers de mogelijkheid hebben om aan de noodrem te trekken, om tegen de overheid te zeggen: “Tot hier en niet verder.” De beperkingen van het recht op wapenbezit, die veelal uit de koker van de Democratische Partij komen, moeten zodoende beschouwd worden als een directe schending van de balans op het geweld. Er van uitgaande dat überhaupt het geweldsmonopolie in balans kan zijn.
Vanuit Europees perspectief moet begrepen woorden waarom dat amendement er is. Het concept van vrij wapenbezit is iets wat in het leeuwendeel van Europa onbekend is. Toch is het cruciaal in het in lijn houden van de overheidsmacht. In mijn ogen is wapenbezit een groot onderdeel van het vrije burgerschap. Het is te hopen dat dit besef onder Europeanen ook begint te dagen.