Categorie: Opinie

  • Van Dale staakt ‘Woord van het Jaar’-verkiezing in laffe actie

    Van Dale staakt ‘Woord van het Jaar’-verkiezing in laffe actie

    Van Dale, dé standaard als het gaat om woordenboeken van de Nederlandse taal. Elk jaar hebben zij een verkiezing om te kijken welk woord het ‘Woord van het Jaar’ wordt. Dit jaar hadden zij ook zo’n verkiezing, totdat zij deze ineens staakten en zélf een woord hebben gekozen. Deze laffe actie voorkwam dat een ander woord, een woord met lichte controverse, de verkiezing kon winnen.

    De woorden waaruit mensen konden kiezen waren dit jaar, in de volgorde zoals ze op de stempagina stonden:

    • AI-washing;
    • beknibbelflatie;
    • burn-outbureaucratie;
    • comfortwater;
    • gen Z-stagiair;
    • koeltekloof;
    • pieperaanval;
    • profnar;
    • sjoemelscooter; en
    • transitiespijt.

    Van deze woorden was er een zeer duidelijk koploper. Want hoewel pieperaanval wel een hele mooie referentie is, was transitiespijt toch nét even wat belangrijker. Van Dale had kunnen weten dat wanneer ze dat woord toevoegen aan de opties, dat conservatieven én mensen met transitiespijt daar ook op zullen stemmen. Maar niets was minder waar. Nadat er massaal werd gestemd op transitiespijt, vermoedelijk, werd de verkiezing uit de lucht gehaald.

    Een woordvoerder van het woordenboekenbedrijf zei dat de selectie van zowel pieperaanval als transitiespijt een ‘zeer onprettige maatschappelijke discussie’ teweegbracht. Om deze zogenaamde ‘onprettige’ discussie de kop in te drukken dachten ze: we cancellen gewoon die hele verkiezing, een zeer dictatoriale actie. Het woord van het jaar zou dan misschien toch maar cancelcultuur moeten zijn. Maar nee: Van Dale koos uiteindelijk zélf het Woord van het Jaar. En als geweldige selectie kwam ‘polarisatie‘ uit de bus.

    Van Dale schiet zichzelf hiermee enkel in de voet. Als een woord niet zou mogen worden gekozen tot Woord van het Jaar, waarom staat deze dan in de stemlijst? Het persbericht van de uitgeverij stelde dat de stemmen in de afgelopen dagen was ‘gekaapt door verschillende actiegroepen die oproepen al dan niet te stemmen op bepaalde woorden.’ Volgens Van Dale schiet daarmee de verkiezing haar doel voorbij. Maar als dat zo is, kunnen we de editie van 2025, of 2026 of alle opvolgende edities, ook wel schrappen. Er zijn altijd, en zullen altijd groepen zijn die oproepen op een bepaald woord te stemmen. Van Dale is blijkbaar te sneeuwvlokkerig om de waarheid in de ogen te kijken. Daarom doen wij het maar.

    Het Pitloos Woord van het Jaar 2024 is:

    TRANSITIESPIJT.

  • De spreiding van de LHBTIQ+ gemeenschap

    De spreiding van de LHBTIQ+ gemeenschap

    De LHBTI+ gemeenschap omvat een diverse groep mensen die zich identificeren als lesbisch, homo, biseksueel, transgender, intersekse of op een andere manier buiten de traditionele gender- en seksuele normen vallen. Deze gemeenschap speelt een cruciale rol in de strijd voor gelijke rechten, acceptatie en inclusiviteit. Zij vieren trots hun identiteit en cultuur, waarbij evenementen zoals Pride een krachtig symbool zijn van zichtbaarheid en solidariteit. Echter is dit niet alleen rozengeur een maneschijn.

    elke categorie vertegenwoordigt unieke ervaringen en uitdagingen. Hoewel deze labels helpen om identiteit te beschrijven en gemeenschap te vormen, is het belangrijk te erkennen dat iedere persoon uniek is. Het begrijpen en respecteren van deze diversiteit is een stap naar een inclusievere samenleving, is wat wij vaak meekrijgen.

    Lesbisch

    Lesbische vrouwen voelen zich romantisch en/of seksueel aangetrokken tot andere vrouwen. De term benadrukt een specifieke ervaring van vrouwen binnen de LHBTI+ gemeenschap, die alles te maken heeft met seksuele oriëntatie.

    Homo

    Homoseksualiteit verwijst naar mannen die zich aangetrokken voelen tot andere mannen. De term “homo” wordt vaak gebruikt als overkoepelende term voor homoseksualiteit, maar specifiek beschrijft het mannen die een seksuele en/of romantische voorkeur hebben voor andere mannen.

    Biseksueel

    Biseksuele mensen voelen zich aangetrokken tot meer dan één gender. Deze aantrekking kan variëren van persoon tot persoon en wordt vaak verkeerd begrepen of gezien als een “overgangsfase.” Biseksualiteit benadrukt de fluïditeit van aantrekkingskracht en biedt ruimte voor mensen die zich niet uitsluitend aangetrokken voelen tot mannen of vrouwen.

    Transgender

    Transgender mensen identificeren zich niet met het geslacht dat hen bij geboorte is toegewezen. Dit kan betekenen dat iemand zich man, vrouw, beide, geen van beide of ergens anders op het gendercontinuüm voelt. Het begrip “transgender” omvat een breed scala aan ervaringen, waaronder transmannen, transvrouwen en niet-binaire personen.

    Intersekse

    Intersekse personen worden geboren met fysieke geslachtskenmerken (zoals genitaliën, chromosomen of hormonen) die niet exclusief in de categorieën “man” of “vrouw” passen. Dit kan bijvoorbeeld variaties in chromosomen, hormonale niveaus of geslachtsorganen omvatten.

    Waar ligt dan de grens?

    Dichterbij dan België. Wij zien zowel binnen als buiten Nederland de evolutie van de Woke gemeenschap waarin denkbeelden worden verspreid. Jarenlang zien wij deze ontwikkeling toenemen. Stap voor stap, beetje bij beetje, krijgen wij er meer mee te maken, zonder dat wij het door hebben.

    De LHBTIQ+ vermeerdering bevat niet alleen homo’s, lesbiennes, biseksuele, transseksuele, en intersekse mensen. De LHBTI bevat nog velen andere identiteiten in de kring waaronder non-binaire, en aseksuele. Om de zoveel tijd komt er weer eens een letter bij. Het was ooit LHBT, toen werd het LHBTI, toen werd het LHBTIQ, toen kwam de plus erbij. Elke keer wanneer de laatst toegevoegde letter acceptatie heeft gewonnen van de samenleving, komt de volgende letter om de hoek kijken. En wanneer mensen het niet eens zijn met de richting waar het op gaat, komen de fobieën als verwijt uit de kast.

    In wat voor land leven we wanneer kritiek op een ontwikkeling ervoor zorgt dat bedreigingen en uitsluiting volgt. Een ander interessant aspect hiervan. De alfabetgemeenschap zegt dat zij strijden voor de acceptatie en tolerantie van de eigen groep, maar zijn dan intolerant richting zij die ook maar het kleinste beetje kritiek hebben. ‘One rule for thee, but not for me’ lijkt de regel te zijn. Wij dienen tolerant te zijn jegens hen, maar zij hoeven niet tolerant te zijn jegens ons.

    Waar ligt het gevaar?

    Nu lijkt het dat deze gemeenschap ook begint uit te werken bij kinderen. Echter zijn de meningen daar over verdeeld. Ruim een jaar geleden nam D66 fractievoorzitter Rob Jetten deze radicaal-linkse gedachten als verdediging naar Thierry Baudet die bepleit dat het veranderen van geslacht onacceptabel is voor kinderen jonger dan 18 jaar.

    Het is onbegrijpelijk dat er mensen zijn die hierachter staan. En zijn tegen onze kritiek waarmee gezegd wordt dat wij de vrijheid van de kinderen ontfutselen. Dit lijkt te neigen naar propaganda naar kinderen over onderwerpen waar zij kwetsbaar voor zijn, en niet van op de hoogte zijn.

    Het verspreiden van informatie is slechts stap 1, maar dit kan gevaren opleveren in de praktijk. Wanneer kinderen te maken gaan krijgen met transities naar andere identiteiten, dan kan dat in sommige gevallen betekenen dat zij daarbij een levensbepalend besluit moeten nemen. Dit gaat om een besluit dat je niet meer terug kan draaien. Dit gaat om een besluit buiten de kundigheid van kinderen, namelijk om je lichaam te veranderen met de hulp van hormoonmedicatie en operaties.

    Grondwet

    Een ander deel van het gevaar is politiek. Wanneer het Woke-gedachtengoed rondom gender en LHBTIQ+ doordringt tot de landelijke politiek, is er sprake van een verkeerde werkelijkheid. Zo hebben D66, GroenLinks en PvdA (toen nog los van elkaar) een grondwetswijziging voorgesteld waardoor in het discriminatieverbod (art. 1 GW) de kenmerken ‘handicap’ en ‘seksuele gerichtheid’ worden toegevoegd als gronden. Dit voorstel is door beide Kamers aangenomen en is nu deel geworden van artikel 1.

    „Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” — Artikel 1, Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden

    Los van het feit dat deze twee gronden slecht zijn voor de Nederlandse cultuur, hoefden ze niet eens toegevoegd te worden. Het laatste bestanddeel van dit artikel stelt namelijk “of op welke grond dan ook.” De gronden die ervoor worden genoemd zijn praktisch gezien voorbeelden van mogelijke discriminatiegronden. Deze zijn uitgelicht om een punt te maken. Door hier ‘seksuele gerichtheid’ aan toe te voegen wijzigt er niets in de toepassing van dit artikel. Het verandert enkel de perceptie. Door dit toe te voegen wordt er specifiek onderscheid (gediscrimineerd) gemaakt tussen alle onbenoemde gronden, zoals financiële situatie, en de benoemde gronden. De gronden die in de Grondwet staan worden door de wetgever gezien als de meest voorkomende vormen.

    Symboolpolitiek en normalisering

    Deze Grondwetswijziging is enkel en alleen maar symboolpolitiek. Het is een symbool van D66, GroenLinks-PvdA en de ondersteunende partijen: VVD, CDA, SP, ChristenUnie, PvdD, 50Plus, Fractie-Otten en de OSF (Onafhankelijke Senaatsfractie). Hiermee zeggen zij: kijk, wij zijn hier voor iedereen, wij zijn hier ook specifiek voor de LHBTIQ+ gemeenschap. Hulde aan de tegenstemmende partijen: SGP, PVV, FVD en JA21. BBB was nog geen lid van de Senaat. Het is ook niet voor niets dat de voorzitter van het COC er enorm positief over was. COC is een belangenorganisatie voor de LHBTIQ+ gemeenschap.

    „Een historische overwinning voor de regenbooggemeenschap. Eindelijk worden LHBTI-rechten trots genoemd in artikel 1 en niet meer weggemoffeld.” — Astrid Oosenbrug, COC-voorzitter

    Dit illustreert perfect dat de regenbooggemeenschap het ook daadwerkelijk heeft opgevat als een specifieke erkenning van henzelf. Elke stap van erkenning en acceptatie wordt altijd opgevolgd door een nieuwe stap en nieuwe strijd. Eerst was het gelijke rechten met het ‘homohuwelijk’, toen moesten transgenders geaccepteerd worden en toen moesten alle letters van LHBTIQ+ worden geaccepteerd. Maar de acceptatie was niet genoeg. Ook moesten ze worden genormaliseerd. En iedereen die het niet normaal vindt wordt direct bekogeld met beschuldigingen van transfobie, homofobie of andere mogelijke fobieën en -ismes. Daar ligt ook een gevaar, dit zorgt voor vergaande polarisatie.

    Transitiespijt

    Op dit moment heeft ongeveer 1 op de 100 transgenders te kampen met transitiespijt. Dat lijkt relatief laag, maar de cijfers kunnen behoorlijk hoog oplopen. Volgens GenderGP is gebleken dat ruim 413 miljoen mensen in de wereld transgender zijn, wat dus betekent dat ruim 4 miljoen mensen kampen met transitiespijt. Dat is bijna een kwart van Nederland. Moeten wij dan stimuleren dat mensen zichzelf ombouwen, wanneer we weten dat een groot gedeelte van deze mensen hiervan spijt gaat krijgen? Het is wel onomkeerbaar. Detransitie klinkt alsof je teruggaat naar de originele staat, echter is niets minder waar. De hormoonschade is al geleden, en volledig terug naar de staat voor de transitie zal nooit meer kunnen. De schade is al geleden.

    Tot slot

    Kortom, laten wij er vooral voor zorgen dat kinderen kunnen doen waar zij wel behoefte aan hebben, en dat ze besluiten nemen op gevorderde leeftijd. De vrijheid van kinderen is belangrijk, maar de toekomst van de kinderen is nog velen malen belangrijker. Kinderen zijn niet vrij om te werken, contracten te sluiten, zij zijn juridisch gezien handelingsonbekwaam. Er zijn simpelweg dingen die zij niet mogen. Ze mogen niet roken of drinken of grote aankopen doen. Waarom zouden ze dan wél mogen beslissen of ze hun geslachtsdeel kwijt willen raken? Bescherm de kinderen, stop deze gekte.

  • Andrew Tate: De Zwendel van de Eeuw

    Sinds 2022 is Andrew Tate al een begrip voor jongeren op het internet. Hij zou een enorm kapitaal hebben, een echte zakenman zijn, en hij zou je als geen ander uit de dagelijkse sleur halen en je op het pad naar rijkdom zetten. Tate is naar eigen zeggen vrij uit het systeem, uit de matrix, en hij wilt onsuccesvolle mannen leren hetzelfde te doen. Hij is ongekend populair en blijft maar viraal gaan. Met video’s op TikTok waar hij kritiek heeft op feminisme en woke bereikt hij miljoenen kijkers. Hij pocht met dure auto’s en is de mannelijkheid zelve. Maar achter deze façade gaat een donkere realiteit schuil. Een realiteit die niet verstopt ligt, maar door iedereen te zien is die het wilt zien.

    Zijn populariteit is significant onder rechtse jongeren. Redevoeringen die tegen het feminisme ingaan en gehakt maken van alles wat gevoelig en politiek correct is zijn hier de hoofdoorzaak van. Maar ook het imago van Andrew Tate, een man die zich door niemand laat tegenspreken, sterk als een beer en rijk bovendien, is voor veel rechtse jeugd het ideaalbeeld. Vanuit hun bescheiden komaf dromen ook zij van rijkdom en willen ze omringd zijn door aantrekkelijke dames. De combinatie van het imago van een succesvolle, hypermasculine man, samen met de antifeministische uitspraken maken hem tot een voorbeeld voor velen.

    Rolmodel

    Maar is het wel terecht om deze man als idool te beschouwen? In hoeverre moeten rechts-conservatieve groepen hem serieus nemen? Laten we in vogelvlucht over Tate’s imperium gaan. Daar blijkt dat Andrew Tate en zijn broer Tristan Tate dusdanig rijk zijn geworden door het runnen van pornografische webcamsites waarvoor ze vrouwen “scouten” om voor hun te werken. Deze vorm van recruitment ging op zeer achterbakse en degenerate wijze, waarbij Tate vrouwen versierde en ermee het bed deelde, waarna hij ze manipuleerde om voor zijn website porno te maken. Talloze vrouwen vielen zo in de kluwen van de Tates, en in plaats van dit oneerbare misbruik onder de duim te houden schaamden ze zich totaal niet voor hun werkwijzen. Sterker nog, ze verkochten cursussen waar de broers uitgebreid uitlegden hoe de cursisten vrouwen onder de duim konden krijgen. Onder het mom van “pavloviaanse conditionering” werd stap voor stap uitgelegd hoe je vrouwen kon vernederen zodat ze enkel tot jouw dienst zouden staan. Cursisten zouden met de cursus hun PHD halen, hun Pimpin’ Hoes Degree.

    Zwendelaar Tate

    Ook het glitter en glamour leven van Andrew Tate lijkt grotendeels fake, totaal genept. Tate’s vermeende kasteel behoort helemaal niet aan hem toe, maar is sinds 2021 een hotel waarvan geen bewijs bestaat dat hij de eigenaar ervan is. Ervoor behoorde het tot een Italiaanse hertog en zijn vrouw. Het vermeende Roemeense kasteel, in de realiteit in Italië gelegen, is te boeken voor een kleine duizend euro per nacht. Ook het blok beton genaamd de Tate Mansion, is in feite niets meer dan een leuk opgepimpt magazijn met een geschatte waarde van 3 ton. Een flinke waarde voor Roemenië, in Nederland koop je er een rijtjeshuis voor.

    Hustlers University

    Het nieuwste verdienmodel is Hustlers University, waarbij jonge Tate-aanhangers lessen zouden kunnen volgen om rijke en succesvolle ondernemers te worden, en waar ze ook les zouden krijgen van miljonairs. Die weten immers waar ze het over hebben. De realiteit is een app, identiek aan de app Discord, populair onder gamers, waar “studenten” voor 50 dollar per maand in mogen en waar ze tips krijgen voor side hustles, welke ruim en breed beschikbaar zijn op het internet, gecombineerd met generieke motiverende teksten en workout schema’s. Tate meent een gans met gouden eieren te verkopen, echter verkoopt hij ballonnen met gebakken lucht. Echte ondernemers weten immers dat er geen allesomvattende formule bestaat, geen one-size-fits-all theorie, maar dat het ondernemerschap is gebaseerd op goede ideeën en keihard werken.

    Tate als Barbapapa

    Tate is binnen verschillende contexten als Barbapapa, hij vormt zich naar wat de situatie naar hem vraagt. Toen hij geïnterviewd werd door een conservatieve interviewer, Tucker Carlson, weet hij zich sluw te manoeuvreren als voorvechter van sociaal conservatieve normen door zich te richten op het ideaalbeeld van de masculiene man en de feminiene vrouw. Echter is dit niets meer dan een afleiding, op zijn best een goed staaltje PR, immers is er niets conservatief of masculien aan het op grote schaal uithoereren van vrouwen om hier geld aan te verdienen, en het ageren tegen het huwelijk als een val waar mannen beter ver weg van blijven. Het gaat volledig tegen de wisselwerking tussen man en vrouw in, het is buiten elke sociale gangbaarheid in en het is dus te wensen en te hopen dat eenieder die zich rechts of conservatief dúrft te noemen, hiervan walgt. Het baart mij daarom grote zorgen dat er rechts-conservatieve bewegingen zijn die Andrew Tate als messias zien, als de koning-filosoof die de oude Grieken al voorschreven, terwijl hij níets anders is dan een ordinaire koning-zwendelaar.

  • Waarom willen progressieven zo graag abortussen?

    Waarom willen progressieven zo graag abortussen?

    In de nasleep van de monumentale beslissing van het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten in de zaak Dobbs v. Jackson Women’s Health Organization, laaide de discussie over het zogenaamde ‘recht op abortus’ weer op. Maar waarom willen progressieven zó graag abortussen?

    Ik wil meteen duidelijk zijn: abortus is kindermoord. Abortus is immoreel, maar er zijn een paar situaties waarin uitzonderingen kunnen zijn. Die uitzonderingen zijn bijvoorbeeld bij een levensbedreigende situatie voor de moeder, zwangerschap als gevolg van verkrachting en zwangerschap als gevolg van incest. Abortus moet niet worden gebruikt als een alternatief op anticonceptie zoals condooms en ‘de pil’. Ook de uitzonderingen zijn eindig, er moet een bepaalde week zijn vanaf wanneer de uitzonderingen niet meer gelden en abortus volledig illegaal is.

    Wat was Roe v. Wade?

    Sinds deze discussie weer aanwakkerde door het nietig verklaren van Roe v. Wade is het goed om eerst uit te leggen wat Roe v. Wade was, en waarom de beslissing vorige week niet een “recht op abortus” afschafte.

    In 1973 kreeg het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten een zaak voor hun van Norma McCorvey, onder het juridische pseudoniem “Jane Roe”, wie de District Attorney, Henry Wade, aanklaagde omdat ze geen abortus kon krijgen door de wetten die Texas in die tijd had. McCorvey’s advocaten gingen na een paar andere rechtbanken met de zaak naar het Hooggerechtshof om hen ervan te overtuigen dat de anti-abortuswetgeving van Texas ongrondwettig was.

    Dit is wat het Hof toen besloot in een stemming van 7 tegen 2:

    „De ‘eerlijk proces-clausule’ van het veertiende amendement op de Amerikaanse grondwet voorziet in een fundamenteel “recht op privacy” dat de vrijheid van een zwangere vrouw om haar foetus te aborteren beschermt. Dit recht is niet absoluut en moet worden afgewogen tegen het belang van de regering om de gezondheid van vrouwen en het prenatale leven te beschermen. De statuten van Texas, die het tot een misdaad maken om een abortus te bewerkstelligen, hebben dit recht geschonden.”— Meerderheidsmening Roe v. Wade (1973)

    Heel simpel gezegd zou er een recht op privacy zijn wat abortus legaliseert op een landelijk niveau. Maar er staat dat het geen absoluut recht is, en dat is het belangrijkste punt. Er moest een balans worden gevonden tussen het beschermen van de gezondheid van de moeder en het ongeboren leven. Eén van de uitzonderingen die ik ook voorstelde dus. Als de moeder in levensgevaar is door de zwangerschap voort te zetten, kan abortus overwogen worden als een soort “nodig kwaad” zonder dat de rest van de abortussen nog altijd doorgaan.

    Met de beslissing in de Dobbs zaak gaat dit thema terug naar de Staten en mag Texas zelf zijn abortuswetgeving bepalen, en Californië mag dat ook. In Staten zoals Texas zal het moeilijker zijn een abortus te krijgen dan in Californië, waar ze abortus juist gaan uitbreiden.

    Progressieven maken abortus makkelijker

    Democraten in Amerika proberen nu met man en macht abortus zo legaal mogelijk te maken, met sommige Staten die zelfs proberen tot negen maanden toe te staan. Maar ook in Nederland zijn de progressieven druk bezig met het uitbreiden en makkelijker maken van abortussen. Kijk bijvoorbeeld naar het voorstel van D66 en anderen om de bedenktermijn van vijf dagen af te schaffen, die door de Eerste Kamer is aangenomen.

    Progressieven en hun activistische bondgenoten noemen abortus een recht, of scharen het onder een paar simpele termen: “gezondheidszorg voor vrouwen”, “reproductieve gezondheidszorg” en andere eufemismen. Niemand is tegen gezondheidszorg, maar dat is nou juist het punt. Conservatieven hebben in de meeste gevallen uitzonderingen op het uitbannen van abortus. Ik heb ze al eerder benoemd. Eén daarvan is wanneer het leven van de moeder in direct gevaar komt, het argument van ‘gezondheidszorg’ gaat dus niet op.

    Dit is een vernieuwde aanval op het levensrecht, en eentje die conservatieven zou moeten mobiliseren om ten strijde te trekken tegen deze progressieve nachtmerries. Een kinderleven is het waard te beschermen.

    De bedenktermijn zorgde ervoor dat de moeders op z’n minst nog even vijf dagen moesten overdenken of abortus voor hen wel de juiste keuze was, wat extra tijd om een weloverwogen beslissing te nemen. Een paar nachtjes ongemakkelijk slapen omdat je een beslissing gaat nemen die niet terug te draaien is. Het weghalen van je ongeboren kind. Een kind die je een hele toekomst ontneemt. Niet te vergeten dat je er als mens zelf vaak ook beter van wordt omdat je verantwoordelijkheid moet nemen voor het opgroeien van een ander mens, en omdat het leven daardoor meer betekenis krijgt omdat je nageslacht hebt.

    In reactie op de uitspraak in Roe v. Wade heeft de Europese Unie een resolutie aangenomen die de uitspraak veroordeelt en de intentie uitspreekt om abortus toe te voegen als mensenrecht (!) in de EU. Denk daar eens over na: stel dat iemand vermoorden zou worden voorgesteld als nieuw mensenrecht. Hele volksstammen zouden dan opstaan tegen het toevoegen van dit recht, en terecht! Maar door alle eufemismen en indoctrinatie dat abortus een vorm van gezondheidszorg is, en de ‘baas in eigen buik’-beweging zou de opstand hierbij minimaal zijn. Maar vergis je niet: abortus is het vermoorden van een kind.

    De cijfers

    In Nederland werden er in 2020 ruim 31.000 abortussen uitgevoerd, en de meeste daarvan werden uitgevoerd in de leeftijdsgroep 25-30 jarigen. Het aantal abortussen onder jongeren onder 20 daalt lichtelijk maar blijft bijna 8 procent van het totaal.

    Van alle abortussen die worden verzocht, wordt bij ongeveer de helft aangegeven dat financiën een grote rol spelen. Terwijl slechts 31 procent van de Nederlanders vindt dat abortus moet kunnen als de financiële middelen afwezig zijn.

    Waarom is abortus fout?

    Bij een abortus denkt men dat er slechts een hoopje cellen worden verwijderd, en dat het toch nog geen waarde heeft omdat het nog geen mens is. Sommigen zeggen zelfs dat het leven begint bij de eerste adem. Maar dat is de fundamentele vraag, zonder welk antwoord we geen moreel oordeel over abortus kunnen vormen: vanaf welk moment is het een leven?

    Het is simpel: leven begint bij conceptie, meerdere onderzoeken laten dit zien. Alle abortussen beëindigen een leven. Zelfs al is dit leven volledig afhankelijk van de moeder. Want dat is het volgende argument: Ze kunnen niet leven zonder hulp van het lichaam van de moeder. Het probleem met dit argument is vrij simpel en bespreek ik hieronder nog kort.

    Leuzen als ‘Baas In Eigen Buik’ worden constant om je oren geslingerd. Maar deze leus gaat ervan uit dat het leven dat in je baarmoeder vormt van jou is. Maar het feit dat het zich in jouw lichaam vormt maakt het nog niet jouw eigendom. Je geboren kinderen zijn tenslotte ook niet je eigendom. Het betekent enkel dat een nieuw levend wezen zich vormt in een omgeving in je eigen lichaam. Zie het eerder als iemand die met behulp van medische apparaten in leven wordt gehouden. Is het moreel juist om iemand van zo’n apparaat af te halen, als je er vrij zeker van kan zijn dat hij of zij binnen een maand of negen volledig functioneert en die machine niet meer nodig heeft? Nee, dat is het niet. En de grootste reden waarom deze vergelijking door progressieven wordt afgeschoten is omdat ze dan de controle over het narratief kwijtraken. Het narratief nu is dat abortussen levensbelangrijke gezondheidszorg is, terwijl er maar zeer weinig gevallen zijn wanneer een abortus het leven van de moeder heeft gered.

    Een ander probleem wat is ontstaan in de laatste decennia is de steeds maar veranderende definities van woorden en de opkomst van eufemismen. De links-progressieve mensen die politieke correctheid nastreven zijn inmiddels opgegaan in de ‘Woke-gemeenschap’ van tegenwoordig. Wat deze progressieven zeer effectief hebben gedaan is het aanpassen van woordgebruik en woordenschat van normale mensen. Door termen als ‘gender’, ‘diversiteit’, ‘abortus’ en het ‘afbreken van een zwangerschap’ lijkt het alsof er verder geen leed aan te pas komt. Hierdoor worden conservatieven die het terecht ‘kindermoord’ noemen altijd gedemoniseerd, omdat we door de herdefiniëring van woorden buiten het Overton-venster zijn komen te staan. 

    De progressieven gebruiken dit soort eufemismen ook puur omdat als ze het noemen wat het is en hoe het in zijn werk gaat, mensen massaal van hen weg zouden lopen. De absurde taalveranderingen die we hebben doorgemaakt om tot dit punt te komen is angstaanjagend en doet denken aan Newspeak in 1984 (George Orwell, 1948). De partij (in dit geval de progressieven) passen de betekenissen van woorden aan, want wie de taal controleert, controleert ook de gedachten van zij die het spreken. Als bepaalde woorden uit een taal worden gehaald of worden gewijzigd in betekenis, maakt dat direct de denkruimte nauwer. Over deze ontwikkeling heeft conservatieve podcaster en deel van de Daily Wire Michael Knowles een zeer goed boek geschreven die ik ten zeerste zou aanraden: “Speechless: Controlling Words, Controlling Minds.”

    Vaak zien we ook dat wanneer mensen de gruwelijkheden van abortus zien ze ineens van mening veranderen. Abortusvoorstanders hebben altijd de indruk gewekt dat het ondenkbaar is dat abortus ooit zal verdwijnen, ze tekenen het in feite als een pad zonder een weg terug. De meeste conservatieven zijn hier helaas ingestonken, ze hebben zich er maar bij neergelegd. Zij die zich er niet bij hebben neergelegd zijn wel vaak alle hoop verloren dat het tij gekeerd kan worden. 

    De vanzelfsprekendheid rondom abortus moet worden weggenomen. Het is geen ‘deel van het leven.’ Zodra mensen zien dat abortus geen neutraal iets is, stelt het hen voor een morele keuze. Zodra ze zien wat het daadwerkelijk inhoudt en waarom het fout is, maken ze écht niet de keuze om ermee door te gaan. Maar door de progressieve verandering van ons woordenschat en de taboes die eerst door dappere strijders moeten worden doorbroken lijkt er geen uitweg te zijn. 

    Abortus is in beginsel nog altijd strafbaar, het is immers opgenomen in het Wetboek van Strafrecht:

    1. Hij die een vrouw een behandeling geeft, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat daardoor zwangerschap kan worden afgebroken, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar en zes maanden of geldboete van de vierde categorie.
    2. Indien het feit de dood van de vrouw ten gevolge heeft, wordt gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren opgelegd of geldboete van de vierde categorie.
    3. Indien het feit is begaan zonder toestemming van de vrouw, wordt gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren opgelegd of geldboete van de vijfde categorie.
    4. Indien het feit is begaan zonder toestemming van de vrouw en tevens haar dood ten gevolge heeft, wordt gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren opgelegd of geldboete van de vijfde categorie.
    5. Het in het eerste lid bedoelde feit is niet strafbaar, indien de behandeling is verricht door een arts in een ziekenhuis of kliniek waarin zodanige behandeling volgens de Wet afbreking zwangerschap mag worden verricht.
      art. 296 Sr

    Maar in dit artikel is dus ook opgenomen dat het niet strafbaar is wanneer het volgens de ‘Wet afbreking zwangerschap’ mag worden verricht. Het probleem met die wet zit hem al in de naam. Het eufemisme ‘afbreken van een zwangerschap’ wordt gebruikt. En terwijl je feitelijk een zwangerschap afbreekt, is het wel een afleiding van het veel ergere feit dat je pleegt, namelijk het eindigen van een leven.

    Wat abortus juist nog immoreler maakt is het feit dat als je niks zou doen, als je het kind simpelweg in de baarmoeder laat groeien en het geboren laat worden, er in 9 maanden een gezond kind uit komt. Deze verwachting geldt negen van de tien keer, er zijn uiteraard uitzonderingen, maar progressieven gebruiken die uitzonderingen om een punt te maken en beleid af te dwingen. Dus waarom willen de progressieven zo graag abortussen? Controle.

    Wat is het alternatief?

    Ik snap dat vele mensen die een abortus ondergaan dat echt niet prettig vinden en het eigenlijk niet de bedoeling zou zijn geweest. Het probleem is dat een abortus enkel ‘nodig’ kan zijn door een seksuele handeling die je zelf hebt verricht. Met de grote uitzondering van verkrachting. Door het progressieve narratief zien deze mensen geen andere optie dan een abortus, maar dat is een verkeerd beeld.

    Stel dat je inderdaad niet voor het kind zou kunnen zorgen, bijvoorbeeld vanwege financiële redenen, en dat kan natuurlijk. Dan kan je het kind na de geboorte ter adoptie stellen. Je kan er ook altijd nog voor kiezen het zelf zo goed mogelijk op te voeden. Het argument dat het huidige adoptiesysteem niet naar behoren werkt is legitiem, maar enkel als argument om dat systeem te verbeteren. De inefficiëntie van het adoptiesysteem is geen argument voor het vermoorden van onschuldige babies. 

    Een van de belangrijkste alternatieven komt voort uit het gezegde voorkomen is beter dan genezen. Een zwangerschap kan namelijk enkel ontstaan door het hebben van geslachtsgemeenschap. Wanneer dat niet plaatsvindt, is er geen zwangerschap. Het risico op een zwangerschap is algemeen bekend bij het verrichten van de daad. Denk van tevoren goed na over de gevolgen van de daad en beslis daarna of het verstandig is hiermee door te gaan. Mocht je het risico toch moedwillig lopen, dan is het daarmee wel je eigen verantwoordelijkheid geworden. Dan kun je alsnog het kind ter adoptie stellen als het écht niet zou kunnen, maar stop met het verkondigen van ‘ongewenst’ zwanger worden. Alles komt voort uit het verrichten van ‘de daad’, met alle gevolgen van dien. En die gevolgen leren we al op de basisschool. 

     

  • Het Koningshuis: lust of last?

    Het Koningshuis: lust of last?

    We leven in een Koninkrijk, dat betekent dat we een Vorst, in ons geval Koning Willem-Alexander, als staatshoofd hebben. Een alsmaar groter wordende groep Nederlanders heeft liever een republiek dan een monarchie. Zij hebben daar verschillende redenen voor, maar als hoofdreden wordt vaak gezegd dat het Koningshuis teveel geld kost en amper geld binnenbrengt. Klopt dat wel? En is de Monarchie niet tóch een positief aspect van de Nederlandse staatsinrichting?

    Een monarchie zoals de onze werkt met eerstgeboorterecht (of primogenituur), het eerstgeboren kind van de Koning, of Koningin, is de eerste in lijn van de Troonopvolging. Enkel ten tijde van de opvolging van Koning Willem III werd deze regel niet strikt gevolgd, omdat de drie zoons van Willem III vroegtijdig overleden. Als deze overlijdens niet hadden plaatsgevonden, werd Willem III opgevolgd door Koning Willem IV. Door de overlijdens van Prins Willem, Prins Maurits en Prins Alexander kregen we na Willem III Koningin Wilhelmina.

    Koningin Wilhelmina kon echter niet direct heersen over de Nederlanden, vanwege het feit dat zij ten tijde van de Troonwisseling nog minderjarig was. Toen zij op 10-jarige leeftijd haar vader opvolgde werd de vrouw van Willem III aangesteld als Koningin-regentes. Koningin Emma behield deze positie tot de 18e verjaardag van Koningin Wilhelmina in 1898.

    Steun Koningshuis

    In de 211 jaar dat de Nederlandse monarchie bestaat, in eerste instantie in de vorm van het Soeverein Vorstendom der Verenigde Nederlanden in 1813 en later als het (Verenigd) Koninkrijk der Nederlanden, was het Koningshuis bijna universeel geliefd onder de Nederlandse bevolking. Echter sinds 2020 daalt de steun voor het Koningshuis sneller dan de peilingen van Pieter Omtzigt. In 2014, het jaar na zijn aantreden als Koning, hadden nog 74 procent van de Nederlandse bevolking vertrouwen in Koning Willem-Alexander, afgezet tegen 4 procent die weinig vertrouwen hadden. Dit bleef relatief stabiel tot aan 2020. In 2020 kreeg Willem-Alexander zijn beste waardering van zijn Koningschap. 76 procent van de bevolking had vertrouwen en slechts 5 procent weinig vertrouwen. Maar in de twee jaren daarna ging het bergafwaarts. In 2021 had nog maar 57 procent vertrouwen in de Koning en 11 procent weinig vertrouwen. Eén jaar later, in 2022, had nog maar 47 procent vertrouwen in de Koning en 15 procent weinig vertrouwen. Verder beoordelen Nederlanders de Koning minder vaak als ‘onpartijdig’ in zijn rol als staatshoofd. (Ipsos)

    Nederlanders zijn wel zeer te spreken over Prinses Amalia, de Prinses van Oranje, die haar vader zal opvolgen wanneer hij besluit tot abdicatie over te gaan, of wanneer hij, God verhoede, vroegtijdig overlijdt. Zo vindt 77 procent van de Nederlanders het terecht dat Prinses Amalia de jaarlijkse toelage terugstort, waar zij recht op heeft. Ze ziet af van deze toelage, in ieder geval tot het einde van haar studietijd en stort het volledige bedrag jaarlijks terug. Nederlanders zien haar als ‘intelligent’ en ‘sympathiek’ en ook als ‘slimmer dan haar vader.’

    De algemene steun voor de monarchie daalde licht tussen 2008 en 2020, maar in 2021 daalde de steun met 16 procent naar 58 procent. Tijdens de Koningsdagenquête van 2023 kwam naar buiten dat de steun voor de monarchie wederom licht gedaald was naar 55 procent, maar al met al blijft de steun sinds 2021 stabiel. De grootste reden voor de flinke daling in 2021 was de reis die de Koning, samen met Koningin Máxima, maakte naar Griekenland aan het einde van 2020, toen de rest van Nederland afgezonderd thuis zat en vooral de afstand moest bewaren volgens de adviezen van de regering. De bevolking zag deze reis als een klap in het gezicht en de Koninklijke Familie kwam vrij snel terug naar Nederland en boden vervolgens snel hun excuses aan voor het schaden van het vertrouwen.

    Voor- en nadelen monarchie

    Een monarchie zorgt voor een bepaalde uitstraling, bijvoorbeeld op het wereldtoneel, maar ook in eigen land. Als de rol van de monarchie en dus die van de Koning competent wordt ingevuld, is het Koningshuis een enorme aanwinst voor Nederland, maar steeds meer Nederlanders beginnen te twijfelen of ze nog vertrouwen moeten hebben in onze Koning. Over het algemeen bevordert een monarchie ook de buitenlandse betrekkingen en door de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van het staatshoofd kan zij ook een verbindende rol spelen voor het Nederlandse volk. Iets wat duidelijk was in de Tweede Wereldoorlog, toen Koningin Wilhelmina het gezicht van de Nederlandse verzetsbeweging werd, ook al zat zij zelf in London.

    De handelsvoordelen zijn ook bijna niet te overschatten. In verschillende landen worden vele deuren geopend zodra de Koning of een ander prominent lid van de Koninklijke Familie meegaat op een handelsmissie of staatsbezoek. Volgens het Financiële Dagblad zorgden de staatsbezoeken aan China en Australië in 2015/2016, waar de Koning aan deelnam, voor €700 miljoen voor Nederlandse bedrijven, terwijl het staatsbezoek aan China in 2018, waaraan de Koning niet deelnam, maar €248 miljoen opleverde. Dit zal natuurlijk niet allemaal alleen komen door de aanwezigheid van de Koning, maar het speelt een immens grote rol. Wanneer de Koning op staatsbezoek meegaat, bevordert het de Nederlandse handelspositie.

    Tijdens rampen of momenten van spanningen speelt de Koning een verbindende rol die een gekozen president niet zou kunnen vervullen. Een gekozen president heeft als handicap dat hij (of zij) door een deel van de bevolking wordt gesteund en het andere deel van de bevolking deze president juist niet wilde. Het zorgt op deze manier voor een bepaalde polarisatie, die tijdens rampen of momenten van spanningen juist niet goed zijn voor een samenleving. We zagen dat bij de MH17-ramp de Koning een zeer verbindende rol speelde, terwijl de politieke klasse, met Frans Timmermans voorop, er juist een puinzooi van maakten, al zij het na een relatief goede start.

    Een gekozen president doet het goed voor zij die op hem hebben gestemd, terwijl hij naar alle waarschijnlijkheid wordt verafschuwd door allen die op zijn tegenstander hebben gestemd. Nu kan ik het principiële punt van democratie nog wel begrijpen. De Koning is immers niet gekozen, maar zit enkel op zijn positie omdat hij de eerstgeboren zoon van Koningin Beatrix was en past in de bloedlijn van Oranje-Nassau. Als nazaat van de Vader des Vaderlands, Willem van Oranje, heeft de Koning wel een bepaalde rechtvaardiging voor zijn Koningschap. Echter gaat het grootste argument tegen de monarchie over de kosten die daarbij horen.

    Verder is een prominent argument tegen de monarchie het simpele statement: het is niet meer van deze tijd, het hoort niet in de 21e eeuw. Dit is echter geen goed argument, want het zegt verder niks. Het feit dat de meeste landen geen monarchieën meer zijn en dat de meeste oude monarchieën (zoals het Duitse Keizerrijk, het Russische Rijk en anderen) niet meer bestaan en in de meeste gevallen zijn omgevormd tot een republiek is nog geen argument om hier hetzelfde te doen. Elk land heeft haar eigen aanpak nodig. In sommige landen, zoals naar mijn mening Nederland en Denemarken, is een monarchie de beste regeringsvorm, maar in anderen, zoals Frankrijk en Duitsland, is een republiek een betere regeringsvorm. De beste regeringsvorm is niet universeel voor de hele wereld, maar het is per land verschillend. Niemand zal namelijk betogen dat de Verenigde Staten terug moeten keren naar een monarchie, zoals ze dat in de tijd van de 13 koloniën waren onder de Britse Koning. En in Denemarken zal je ook maar weinig mensen vinden die een republiek voorstaan. Elk land heeft dus haar eigen beste regeringsvorm.

    Kosten Koningshuis

    De voorstanders van een republiek zeggen vaak dat een republiek vele male minder geld zal kosten dan het Koningshuis nu kost. Ook zeggen zij dat de baten van het Koningshuis minimaal zijn en dus verwaarloosbaar. Maar hoeveel kost onze monarchie precies?

    In totaal kost de Nederlandse monarchie een kleine €75 miljoen in 2024, dat is rond de €4 per Nederlander, per jaar. Als je dit al afzet tegen de winst die bij die ene handelsmissie voor Nederlandse bedrijven werd geboekt is dit verwaarloosbaar. Het klinkt als veel geld, maar in feite is het peanuts. We moeten tegelijkertijd ook niet doen alsof een republiek geen geld kost. De president en zijn personeel moeten betaald worden, zijn ambtswoning moet worden onderhouden en beveiligd, een vergoeding die oud-presidenten krijgen. Maar denk bijvoorbeeld ook aan de kosten van het organiseren van de verkiezingen en andere onkosten. De Duitse Bondspresident kost de Duitse belastingbetaler €47,1 miljoen dit jaar.

    Als we deze cijfers even overbrengen naar de Nederlandse situatie, een vrij reële blik aangezien een Nederlandse president naar alle waarschijnlijkheid evenveel taken, verantwoordelijkheden en budget zou krijgen, betekent dit dat het een president een kleine €3 per Nederlander, per jaar zou kosten. Het verschil tussen een monarchie en een republiek in financiële zin is dus helemaal verwaarloosbaar.

    Het is aanneembaar dat de verkiezing van een president ongeveer evenveel zou kosten als een Tweede Kamerverkiezing of een referendum. De Tweede Kamerverkiezingen kosten ongeveer €40 miljoen en een referendum kost rond de €30 miljoen. Dit betekent dat er, per 4 jaar, rond de €40 miljoen extra wordt uitgegeven voor de verkiezing van een president, wat betekent dat een republiek de belastingbetaler in feite een halve euro per jaar bespaart.

    Slot

    De monarchie is een positieve invloed in de Nederlandse samenleving, het is verbindend en traditioneel. En terwijl ik de, op sommige dingen, legitieme punten van de republikeinen zeker kan inzien, denk ik dat de kosten/batenanalyse van de republikeinen meer kijkt naar het totaalbedrag, welke vaak wordt overdreven, en niet zozeer naar de kosten per Nederlander. De Nederlandse monarchie geniet ook in het buitenland veel aanzien en respect, het helpt bij het binnenslepen van gunstige handelsakkoorden.

    En terwijl een monarchie wellicht niet democratisch is, helpt het niet om de Koning te vervangen met een gekozen president als de macht die hij zou hebben wederom enkel ceremonieel is. De Koninklijke Familie is ook de levende link naar de Vader des Vaderlands, Willem van Oranje, die bloed, zweet en tranen heeft gespild om de Nederlanden als een land op te richten. De verbindende factor van het Koningshuis is ook niet een klein punt. In bijna alle grote rampen of moeilijke tijden was sprake van een 'rally around the flag' effect als het gaat om het Koningshuis. De Tweede Wereldoorlog, MH17 en het begin van de Coronatijd zijn daar goede voorbeelden van. De waardering van de Koning schoot tijdens die momenten ook omhoog.

    Kortom: het Nederlandse Koningshuis is, naar mijn mening, een lust en geen last. Al moet Koning Willem-Alexander wel groeien in zijn rol en niet voor elke scheet zijn verontschuldigingen aanbieden.

    https://pitloos.metrafael.nl/koning-willem-alexander-en-zijn-verontschuldigen/

  • Van Delfzijl tot Duinkerken

    Van Delfzijl tot Duinkerken

    Coverfoto CC: Geert Budenaerts

    Nu West-Europa steeds sterker naar rechts begint te trekken lijkt de tijd aangekomen om oude wensen in vervulling te laten brengen. Waar de politieke verdeling in Nederland groot lijkt te zijn, is dit niets in vergelijking met de situatie in België. Het welvarende Vlaanderen leunt sterk naar rechts, partijen als N-VA en Vlaams Belang behalen hier samen bijna de helft van de stemmen. Het economisch achterlopende Wallonië gaat juist de linkerkant op, met vooraanstaand in de peilingen sociaaldemocraten, Groenen en liberalen. In hoofdstad Brussel behaalt de radicaal linkse PVDA-PTB goud.

    Naast een economische en politieke scheiding van België is de meest bekende verdeling van het land die van de taal. 60% van de Belgen is Nederlandstalig, en noemt zich eerder Vlaming. Het Koninkrijk België is in naam niet meer dan een unie onder Koninklijk gezag, er is immers niet te spreken over een Belgenvolk, een natie der Belgen. België is een bijeffect van een ongelukkige Fransgezinde revolutie waarbij België werd gevormd als bufferstaat tussen Nederland en Frankrijk.

    Nu de Vlaamse beweging politiek tractie begint te vatten en ook Nederlands rechtsaf gaat, met een mogelijkheid voor premier Wilders, wiens partij altijd al open heeft gestaan voor een hereniging van Nederland en Vlaanderen, is het niet gek om te speculeren over een toekomst waar we samen verder gaan. De haven van Rotterdam en Antwerpen zouden de handen ineen kunnen slaan om het hoofd te bieden aan Aziatische megahavens, ook hebben we als vereniging meer in de melk te brokkelen op internationaal niveau en kunnen we van elkaars expertise profiteren. Nog beter, de Vlamingen zouden verlost zijn van het blok aan hun been dat we Walen noemen. Waalse hobby’s worden voortaan betaald met Waalse centen.

    Voor een succesvolle integratie is het nodig voor beide volkeren om hun trots in te slikken en concessies te doen. Zaken zoals de standaardvariant van het Nederlands bepalen en de politieke soevereiniteit van Vlaanderen waarborgen. Wellicht zal Nederland een Vlaamse premier krijgen. En wat moeten we doen met de bestaande politieke partijen in Vlaanderen? Komen Vlaams Belang en het CD&V ook in de Tweede Kamer terecht? Of sluit het Vlaams Belang zich bij de PVV aan en het CD&V bij het CDA? De hereniging van Nederland en Vlaanderen zal jaren in beslag nemen. Het begin is het halve werk.

  • Tupperwarecalvinisme versus excellentie

    Tupperwarecalvinisme versus excellentie

    De Calvinistische oppotcultuur die ons vormt in Nederland

    Het Calvinisme komt van de kerkelijk hervormer Johannes Calvijn, die net zoals Maarten Luther een prominent figuur was binnen het schisma van de kerk in de 16de eeuw. Calvinisme valt als kerkelijke stroming onder het Protestantisme en is na Rooms-Katholicisme de grootste Christelijke stroming van Nederland. Calvinisme kan ook gezien worden als een politiek-sociale leer, hetgeen vaak gezien wordt als grondlegger van het kapitalisme. De leer van Calvijn schrijft soberheid voor, geordendheid en betrouwbaarheid. De Calvinist zou de ideale zakenpartner zijn. Er is weinig ruimte voor uiterlijk vertoon en dikdoenerij, wat in schril contrast staat met het bourgondische zuiden, waar geld rollen mag.

    Niet voor niks is een veel voorkomende stereotypering van noordwest Europa dat het eten weinig vorm en smaak kent, net als het volk, dat de maaltijd als een noodzakelijk kwaad ziet dat efficiënt genuttigd dient te worden. De Zuid-Europese eetcultuur is juist uitbundig, rijk aan smaak en voorkomen. De maaltijd is niet slechts gericht op een efficiënte vergaring van voedingsstoffen, maar ook als een sociale aangelegenheid met de hele familie. Natafelen tot 23 uur is in Spanje geen enkel probleem, het werk komt morgen wel. Mañana, mañana. Waar de klassieke belgenmop de draak steekt met de vermeende intelligentie van de Belgen, neemt de Vlaamse moppentapper de Hollanders op de hak met hun gierigheid.

    “Hoe drijft de Nederlandse politie een betoging uit elkaar? Ze rammelen met een collectebus!”

    De Nederlandse Calvinistische volksgeest gaat veel verder dan louter gierigheid. Iemand die met kop en schouders boven de menigte uitsteekt is al gauw een ordinaire plebejer, zeker als deze het nog durft te tonen ook. Als je goed verdient, en je koopt er een mooie auto van, dan kijkt de buurman je zuur aan. “Ordinaire turkenbak.” Zo hoor je hem denken. Goed verdienen is dan tot zo ver, je moet het al helemaal niet flikken om dat te tonen. Als je in een saai rijtjeshuis woont, een burgerlijke gezinswagen rijdt en savonds een smakeloos prakkie eet, dan heb je het gemaakt. De Nederlander wil geen excellentie, maar middelmatigheid. Het geveinsd individualisme brak ook snel af in de coronatijd. Koppijn kreeg je van de familieverjaardagen waar tantes elkaar aftroefden met welk merk vaccin ze in de arm hadden gekregen, en wat de buurvrouw gekregen had. Naar de ongevaccineerden werd met een vals oog gekeken, het was immers hun eigen schuld dat ze nu de restaurants niet in mochten. En dat vonden ze wel goed zo. Net goed voor die koppige narcisten. Nee, de geprikten mochten zich zelfgenoegzaam op de borst kloppen. Einde individuele vrijheid, begin collectivisme.

    Ook in politieke keuzes blijkt de Nederlander verkocht te zijn van de middelmaat. Geen visionair, maar een filiaalmanager, die willen we aan het hoofd van ons land. Nerds als Rutte en Omtzigt, dataknagers, papiervreters. Deze wens is wellicht een reden dat Baudet het nooit zo ver schopte. Zijn referenties aan klassieke literatuur en klassieke talen, en zijn wens om de middelmatigheid te verruilen voor excellentie was de gemiddelde kiezer te veel. We willen geen veranderingen, we willen rustig door kabbelen, pappen en nathouden. Niet voor niets hebben we al 12 jaar de VVD aan de macht, de partij die “Gewoon normaal doen” tot wapenspreuk heeft verheven.

    De recente winst van BBB heeft de verheerlijking van het ordinaire niet beter weten te illustreren. De Boerenpartij, met aan het roer een dame met de uitstraling van de toiletjuffrouw bij de V&D, is nog beter in staat geweest aan deze middelmatigheidswens te voldoen. Is het mogelijk om als land nog meer te versukkelen met Ma Flodder als regeringsleider?

    Hoe kunnen we als land ooit weer bovenaan staan in welvaart en innovatie als de drang naar excellentie de keel wordt afgeknepen? Een volk krijgt de leider die het verdient. Uit een tomatenzaadje zal geen watermeloen groeien. Willen we als land weer de schijn wekken dat we ooit weer zullen excelleren, zoals in de Gouden Eeuw, dan begint dat bij ons, het volk. Laten we de jaloezie vervangen met inspiratie, de middelmaat met excellentiedrang en laat onze trots over heel de wereld wederklinken.

  • Teloorgang van het Nederlands in het hoger onderwijs

    Teloorgang van het Nederlands in het hoger onderwijs

    Onze Nederlandse taal zal snel tot de beschermde taalsoorten behoren. Althans, als het aan het hoger onderwijs ligt. Het gegronde lijkt plaats te moeten maken voor de ongewortelde wereldtaal Engels teneinde de inclusie op de universiteit zo groot mogelijk te houden. Iedereen is immers gelijk, en gelijk betekent ook gelijke kans om mee te komen.

    Ieder die zich wel eens binnen de muren van een dergelijke onderwijsinstelling begeeft zal het ongetwijfeld opmerken dat het Nederlands de status van voertaal allang verloren is. In de vele koffiebars en andere eettentjes die een moderne campus rijk is, word je standaard in het Engels aangesproken. Een koppige enkeling, die stug in het Nederlands zijn espresso bestelt, komt er bedrogen uit, immers kijkt het personeel je aan alsof je zojuist een goudvis ingeslikt hebt. “Could you repeat that in English, please?“

    Wie zaait, zal oogsten. Ahem. You reap what you sow. En gezaaid is er.

    In het collegejaar 2022 boden Nederlandse universiteiten 318 Nederlandstalige opleidingen aan; tien minder dan vorig jaar en bijna honderd minder dan in 2016. Sinds 2016 is het aantal Engelstalige opleidingen bij Nederlandse universiteiten juist met bijna honderd gegroeid – van 578 naar 677.

    Scienceguide.nl

    Het is geen verrassing dat als universiteiten steeds meer Engelstalige studies aanbieden, er dan ook steeds meer internationale studenten naar Nederland komen. Dit brengt de Nederlandse taal, en daarmee de Nederlandse cultuur steeds meer onder druk. De unieke mogelijkheid om een complex gevoel te duiden, zo zal elk kundig polyglot moeten toegeven, is toch enkel een eigenschap van de moerstaal. Naarmate je een vreemde taal meester begint te zijn, is het een haast onbereikbare stap om dat niveau van voeling te krijgen met die taal.

    Een taal staat niet op zichzelf, maar heeft een gastheer nodig. Je moet de volksgeest als het ware lezen, wil je de werkelijke boodschap van de taal ontgrendelen. Een tekst vertalen is hem nog niet lezen. Stijlfiguren als ironie of een woordspeling geven zich niet makkelijk gewonnen voor het vreemde oog.

    De verengelsing werkt twee kanten op. Aan de ene kant verdringt het de Nederlandse taal en maakt de Nederlandse taal minder relevant in de wereld van de wetenschap, wat het Nederlands op die manier ook de innovatieve kracht ontneemt. Waar vroeger de Bijbel werd genomen als ijkpunt van taal, denk aan de revolutionaire Statenvertaling, is heden ten dage de wetenschap tot staatsreligie verheven. Als de wetenschap op den duur alleen in het Engels plaatsvindt, neemt dat op termijn andere facetten van zich mee. Zal onze grondwet ooit in het Engels gestandaardiseerd worden? Wellicht een toekomstig eis van de talloze verdragen waar wij als land aan moeten voldoen. Wie kent de toekomst?

    Aan de andere kant haalt de verengelsing de ziel uit het onderwijs. Taal is het schip waarmee een boodschap naar binnen wordt gevaren. Ongemakkelijkheden, haperingen in het spreken van een vreemde taal doen af aan de oorspronkelijke boodschap. De sierlijke Engelse taal verliest ook zijn melodie wanneer Nederlandse academici het uitspreken als Louis van Gaal. Zonde. Terwijl de Nederlandse taal verdrongen wordt, verliest het Engels ook haar glans.

    Het is te hopen dat er pogingen worden gedaan om ons onderwijs van die de symboolpolitiek overstijgen. Een dode taal reanimeer je niet.

  • Waarom de Europese Unie een bedreiging voor democratie is.

    Waarom de Europese Unie een bedreiging voor democratie is.

    We zijn allen bekend met het feit dat de Europese Unie, ondanks het bestaan van het gekozen Europees Parlement, diep ondemocratisch is. Zelfs het gekozen Parlement heeft amper iets te vertellen en bijna alles wordt door de Eurocratie besloten in achterkamers en 5-sterren restaurants. Maar hoe is de Europese Unie een actieve bedreiging voor de democratie? Niet alleen in Nederland, maar in alle lidstaten.

    Het begint bij de bureaucratie, die zich steeds verder uitbouwt door de constant groter wordende lijst reguleringen en wetten waar de EU al haar lidstaten aan onderwerpt, die steeds meer soevereiniteit wegneemt bij de individuele lidstaten. Deze reguleringen worden gemaakt door de Europese Commissie die ze daarna door de applausmachine die we het Europees Parlement noemen laten goedkeuren. En het is ook niet dat deze reguleringen en wetten van de EU door het publiek gedragen worden. En daar komt het tweede punt in werking: de bureaucraten geven niks om de publieke opinie.

    De Eurocraten hebben compleet lak aan de publieke opinie. Sterker nog, ze zien het volk als een obstakel voor hun utopische (eigenlijk dystopische) doelen. De Eurocraten zien alles wat zij doen als in dienst staande van een groter doel en hun zullen de inschatting wel maken of iets goed of slecht is voor het volk. Een belangrijk voorbeeld was de Europese Grondwet in 2005. De kiezers in Nederland en Frankrijk hadden de grondwet verworpen met 61,54 procent in Nederland en 54,67 procent in Frankrijk. Ierland heeft ook een referendum gehouden over het Verdrag van Lissabon (de Europese grondwet in praktijk, zonder het een grondwet te noemen) in 2008 waarin de Ieren met 53,40 procent tegen het Verdrag stemden. De EU nam hier geen genoegen mee dus moesten de Ieren in 2009 opnieuw naar de stembus, waarin ze het Verdrag met 67,13 procent hebben goedgekeurd. Enkele andere landen hielden ook referenda met de volgende resultaten.

    • Luxemburg (2005): 56,52% voor — 43,48% tegen (opkomst: 90,44%); en
    • Spanje (2005): 81,84% voor — 18,16% tegen (opkomst: 41,77%, het laagste sinds de tijd van Francisco Franco).

    Het is dus veilig om vast te stellen dat het zeker niet zo is dat alle landen het oneens zijn met de richting van de Europese Unie, maar in het geval van Spanje is het ook handig om te overwegen dat de geest van het Franco-regime toen nog heel sterk aanwezig was in het mentale bewustzijn van de Spanjaarden, wat een reden kan zijn voor Spanje om te stemmen voor iets wat ze zagen als iets wat daar tegen zou staan en meer democratie en en vrijere samenleving met zich mee zou brengen. Dit is uiteraard niet wat de EU doet. Maar als kiezers in een lidstaat de Europese Grondwet verwerpen worden ze gedwongen om er nog een extra keer over te stemmen, zie Ierland, of ze verwisselen de Grondwet met een in feite identiek verdrag (Verdrag van Lissabon). Als het electoraat niet instemt met je grootste ideeën zit er maar één ding op: vervang het electoraat.

    De gehele structuur van de EU is ondemocratisch. Laten we even kijken naar de drie pilaren van de Europese Unie: de Europese Commissie; een uitvoerende macht wiens leden ongekozen zijn en waarop burgers geen invloed op kunnen uitoefenen, de Raad van Ministers waar onze Ministers deel van uitmaken om ons te vertegenwoordigen op Europees niveau, er wordt nu bijna altijd gestemd met gekwalificeerde meerderheid, waar elk land een stem heeft gelijk aan het percentage van de bevolking. Nederland heeft daarom 3,96 stempunten van de 100. Er moeten minstens 15 lidstaten (55 procent) instemmen, en deze lidstaten moeten minstens 65 stempunten hebben. Dit lijkt misschien een redelijke waarborg van rechten van een minderheid binnen de EU-lidstaten, maar niets is minder waar. Stemmen komt ook voor in simpele meerderheid, daarbij is een meerderheid van de lidstaten nodig, en niet van de bevolking. Het kan dus theoretisch gezien zo zijn dat in dit systeem iets wordt aangenomen door de 14 minst bevolkte lidstaten, terwijl deze landen maar 11,6 procent van de EU-bevolking dragen, maar het tegenovergestelde kan dus theoretisch gezien ook. Dat deze 14 lidstaten tegen iets stemmen waar de rest van de lidstaten voor is. Waardoor 11,6 procent iets tegenhoudt waar 88,4 procent voor is.

    En dan als laatste het Europees Parlement. Dit is het meest democratische orgaan dat de EU in het leven heeft geroepen. Echter, democratie is niet een concept wat kan worden aangeschreven aan het Europees Parlement. Het begint met de verdeling van zetels. Elk land heeft een bepaald aantal zetels, op dit moment heeft Nederland er 29. Dit betekent dat er voor elke 611.518 Nederlanders één lid van het EU Parlement is. Met aantallen zoals dat is het niet alleen onmogelijk om zoveel mensen adequaat te vertegenwoordigen, het zorgt ervoor dat een Parlementslid zijn kiezers vergeet. Maar andere landen, zoals Luxemburg en Malta, zijn veel beter vertegenwoordigt dan de Nederlanders. Luxemburg heeft 6 zetels, waardoor er voor elke 107.275 Luxemburgers één Parlementslid is, Malta heeft ook 6 zetels, waardoor er voor elke 86.829 Maltezers één Parlementslid is. Het Europees Parlement wordt gekozen binnen een gerrymandered kiesstelsel wat enkel de grootse doelen van de Eurocratie ten goede komt. De gewone burger van de gemiddelde lidstaat is hierdoor ondergeschikt gemaakt aan de kleinste lidstaten van deze zogenaamde politieke unie die staat voor democratie en rechtsstaat.

    Na de ondemocratische manier waarop het Europees Parlement is verdeeld komt nog eens de werking van het Europees Parlement. We weten allemaal dat de Nederlandse Tweede Kamer zelf moties en wetsvoorstellen kan indienen, en dat het initiatief zowel bij het kabinet als bij de Tweede Kamer ligt. In het Europees Parlement is dat anders. Het EU Parlement kan zelf geen voorstellen indienen en kan alleen debatteren en stemmen over de voorstellen die de Europese Commissie heeft bedacht en ingediend. Het Europees Parlement is dus in feite een orgaan dat een stempel van goedkeuring of afkeuring kan geven, maar het kan niet amenderen, dus al zouden ze het eens zijn met 90 procent van een voorstel, maar zouden ze nog één aspect willen veranderen, kan het alsnog niet. Ze moeten dan een keuze maken tussen VOOR stemmen om de 90 procent in werking te stellen, of TEGEN te stemmen als die laatste 10 procent te zwaar weegt om in werking te laten treden.

    Een van de belangrijkste taken van een Kamerlid is om vergoeding te bieden aan klachten van inwoners (Redress of Grievance). Als er iets fout gaat kan een Kamerlid, die dit van de burger heeft vernomen, het opgooien bij de verantwoordelijke minister en daardoor een officieel antwoord krijgen. In het Verenigd Koninkrijk, als ontdekt wordt dat de klacht in waarheid gegrond is, wordt het veranderd. Het systeem werkt daardoor redelijk goed. Met één belangrijke uitzondering: wanneer het iets binnen de competentie van de Europese Unie betreft. Dan is het standaard antwoord eenduidig: daar kunnen we niks aan doen, want het is een Europese bevoegdheid. Dat soort antwoorden horen we in de Tweede Kamer ook om de haverklap. Maar terwijl de Eurocratie een belangrijk probleem van de EU is, is het niet het grootste probleem. Een van de grootste problemen is de Europese Monetaire Unie. Volgens Baron Nigel Lawson, die helaas begin april overleed, is de monetaire unie een van de grootste oorzaken van tweedracht in de samenlevingen van de EU-lidstaten sinds de Tweede Wereldoorlog. Iets wat hij voorspelde in 1989 als Kanselier van de Schatkist (Minister van Financiën) in het kabinet van Margaret Thatcher.

    „Voor monetaire eenheid is een politieke unie nodig, en die staat niet op de agenda.”— Nigel Lawson, 1989.

    Margaret Thatcher was, zeker in de latere dagen van haar premierschap, hard aan het schoppen tegen het Europese idee. Ze was tegen de monetaire unie, tegen een politieke unie en tegen Europese instituties zoals het Europees Parlement. Daaruit kwam dit iconische moment in 1990:

    „Ja, de Commissie wil haar bevoegdheden uitbreiden. Ja, het is een niet-gekozen orgaan en ik wil niet dat de Commissie haar bevoegdheden uitbreidt ten koste van het Lagerhuis, dus verschillen we natuurlijk van mening. De voorzitter van de Commissie, de heer Delors, zei onlangs op een persconferentie dat hij wilde dat het Europees Parlement het democratische orgaan van de Gemeenschap zou zijn, dat hij wilde dat de Commissie de uitvoerende macht was en dat hij wilde dat de Raad van ministers de Senaat. Nee nee nee.” — Minister-president Margaret Thatcher, 1990.

    Het originele doel van Europese samenwerking en een soort unie was om Duitsland in een kooi te zetten, zodat ze niet nogmaals konden doen wat ze in de eerste helft van de Twintigste Eeuw hadden gedaan. Een op zichzelf logisch doel, maar een die als bijwerking had dat, op termijn, de democratische bevoegdheden van haar lidstaten worden uitgehold en worden overgegeven aan de Europese leiders. Een handelsunie, of een vrijhandelsverdrag tussen wat nu EU-lidstaten zijn, zou een goed idee zijn. Voor vrije handel en vrede hebben we geen politieke unie nodig die de natiestaten van Europa fundamenteel aanvalt.

    Het doel van de Europese Monetaire Unie is om een volle politieke unie te maken. Zoals Thatcher al aangaf maakte de toenmalige Voorzitter van de Europese Commissie Jacques Delors daar geen geheim van. Een monetaire unie kan enkel enige kans van slagen hebben wanneer er een politieke unie aan vasthangt, met één fiscaal beleid, één belastingsysteem en uiteindelijk één Europese regering. Van een gelijke soort als de monetaire unie die de Verenigde Staten in feite is. Het lijkt misschien niet echt een bedreiging voor de democratie, maar niets is minder waar: de Euro. De Euro heeft, indirect via de ECB en bankiers, gezorgd voor veranderingen in Europese regeringen. Zoals bijvoorbeeld Silvio Berlusconi, die gisteren op 86-jarige leeftijd overleed. Berlusconi was democratisch gekozen tot minister-president van Italië en uiteindelijk, in 2011, werd hij bijna gedwongen af te treden door de Europese functionarissen en leiders zoals de Franse president Nicolas Sarkozy en Duitse bondskanselier Angela Merkel. Dit vanwege zijn financiële beleid.

    Iets soortgelijks gebeurde er in Griekenland door de grillen van de ongekozen bankiers in de ECB en Commissarissen van de Europese Commissie. Een letterlijke aanval op democratie. De Commissie heeft als het ware de verkiezingsuitslagen in Griekenland en Italië verworpen en hun eigen favoriet in het zadel geholpen. Een van de belangrijkste elementen van een werkende samenleving is een werkend rechtssysteem. Onafhankelijke rechters die onafhankelijk van de grillen van een overheid, zij het lokaal, regionaal, nationaal, of in dit geval supranationaal, recht spreken over acties van overheden en burgers. Er zijn veel problemen met het Europees Hof van Justitie.

    Allereerst is het een politiek hof dat het doel van verdere integratie en federalisering van de EU volledig ondersteunt. Het Hof breekt herhaaldelijk een van de fundamentele principes van een rechtsstaat: niemand moet in zijn eigen Hof berecht worden. Dit is in feite een ondermijning van het vertrouwen wat de burger nog kon hebben in een van de Europese instituties.

    Tijdens de crisis van 2008 kwamen de lidstaten met het idee dat de salarissen van de EU functionarissen niet meer volgens de oude methode moesten meestijgen, zoals dat in Verdragen was opgenomen als er een serieuze crisis zou zijn. De Europese Commissie was het niet eens met deze effectieve loonsverlaging en had de Europese Raad aangeklaagd. De rechters zaten daar, denkende dat als ze de Raad gelijk gaven dat ze dan hun eigen salarissen ook verminderen. Tijdens de ergste financiële crisis in de duur van mijn tot nu toe korte leven, het Hof sprak uit dat de crisis niet voldoende was en dat ze meer moesten worden betaald, een effectieve aanval op het uiterst belangrijke principe: nemo judex in causa sua: niemand mag rechter in zijn eigen zaak zijn.

    Waar we dit gebrek aan democratie zien, zien we ook de stijging van extremisme, aan beide kanten. Neem nou Gouden Dageraad (Golden Dawn) in Griekenland, welke groot werd in de nasleep van de financiële crisis. De Vijfsterrenbeweging in Italië in de begindagen. De Communistische Partij Oostenrijk in lokale verkiezingen, Unidas Podemos in Spanje en La France Insoumise van Jean-Luc Mélenchon in Frankrijk. Dit grootse experiment helpt de extremen aan beide kanten. De EU is een vernietigend orgaan. Meer dan 60 procent van de Nederlandse wetgeving is gemaakt in Brussel door de Europese Unie, waar Malta een veel grotere stem heeft dan de Nederlanders over onze wetten. Wie de Maltezers kiezen is belangrijker dan wie de Nederlanders kiezen, en ons eigen parlement, de Staten-Generaal, is buitenspel gezet, machteloos gemaakt.

    Dat is de bedreiging voor de democratie. We moeten de macht terughalen uit Brussel en een volledig andere band met onze Europese buurlanden en partners scheppen. We moeten onze eigen democratie op de eerste plek zetten en hopen dat anderen ons volgen.

  • De Woke grondwet en failliete socialisten

    De Woke grondwet en failliete socialisten

    Geen enkele cent is veilig voor de socialisten. Zelfs niet als het hun eigen geld is. In de nieuwe JENS-Cast behandel ik het feit dat de Jonge Socialisten, de jongerentak van de PvdA, failliet is nu ze €50.000,- in de min staan. Daarnaast bespreek ik de verandering van Artikel 1 van de Grondwet om ook een handicap en seksuele gerichtheid expliciet te noemen als gronden waarop niet mag worden gediscrimineerd.

    De Jonge Maoïsten

    De Jonge Socialisten hebben hun voormalige penningmeesters beschuldigd van financieel wanbeleid nadat een plus van €200.000,- binnen twee jaar verdampte tot een min van €50.000,- en de PvdA ze onder curatele heeft gesteld. Nu kan ik wel smullen van een relletje op links, zeker omdat we al jaren weten dat socialisten niet met geld om kunnen gaan. Maar het is des te grappiger dat ze zelfs niet op hun eigen geld kunnen letten.

    De Jonge Maoïsten zijn natuurlijk de toekomst van de PvdA, dus binnen enkele jaren zijn deze meer overduidelijke voorbeelden van wanbeheer ook te merken binnen de landelijke partijtop, voor zover dat er nu nog niet is.

    Woke grondwet

    De democratieslopers van D66, GroenLinks en de PvdA (daar hebben we ze weer) hebben een grondwetswijziging door alle Kamers gekregen. De wijziging zorgt ervoor dat in artikel 1 van de Nederlandse grondwet ook nog even de kenmerken van “handicap” en “seksuele gerichtheid” worden opgenomen. Raar, want de tekst van artikel 1 zegt al dat er op geen enkele grond mag worden gediscrimineerd.

    Hulde aan hen die tegen deze wijziging hebben gestemd, we hebben mensen, en ook politici, nodig die opstaan tegen dit soort woke idealisme van de progressieve linkse Kerk. Zelf zou ik voorstander zijn om Artikel 1 er maar meteen helemaal uit te halen. Het is een dode letter in de wet. Het verbod is niet af te dwingen, nieuwe wetten kunnen er niet op worden getoetst vanwege artikel 120 van diezelfde grondwet.

    Dit alles en meer in de JENS-Cast van vandaag, met aanmerkingen over hoe de JENS-Cast verder zal gaan in de toekomst. Volgende aflevering met Jasper Smit van CommonSenseTV is al opgenomen na ons interview met Wybren van Haga (BVNL) en zal deze week verschijnen op het YouTube-kanaal en alle podcast kanalen.